Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

– Registreren en bespreken van wangedrag van de leerling

Onderdeel van Regeling klachten en sancties in het aangepast leerlingenvervoer Son en Breugel

Indien er tijdens het vervoer sprake is van wangedrag door een leerling, organiseert de vervoerder een gesprek met ouder(s)/verzorger(s) en eventueel de leerling zelf. Dit gesprek heeft tot doel de problemen zichtbaar te maken en gezamenlijk tot een oplossing te komen. In het gesprek als bedoeld in lid 1 worden concrete afspraken gemaakt en schriftelijk vastgelegd over benodigde verandering in het gedrag van de leerling. De leerling krijgt een termijn van 10 schooldagen gegund, ingaande de eerste schooldag na het gesprek als bedoeld in lid 1, om de gemaakte afspraken na te leven. Gedurende de termijn als bedoeld in lid 3 hebben de vervoerder en ouder(s)/verzorger(s) minimaal één keer telefonisch contact om het gedrag van de leerling te bespreken. Indien blijkt dat de leerling aan het einde van de genoemde termijn de gemaakte afspraken volledig naleeft, wordt de klacht als afgehandeld beschouwd. Indien blijkt dat de leerling aan het einde van de genoemde termijn de gemaakte afspraken niet of onvoldoende naleeft, informeert de vervoerder het college. Het college organiseert een gesprek tussen de vervoerder, de ouder(s)/verzorger(s) en eventueel de leerling zelf. Indien het college dit nodig acht sluit ook een deskundige van het sociaal wijkteam (CMD) of begeleider van de jeugdige/het gezin aan. Het gesprek als bedoeld in lid 7 is bedoeld om gezamenlijk tot een passende oplossing te komen. Het college kan op basis van dit gesprek besluiten tot het tijdelijk opschorten van het vervoer of het volledig stopzetten van de vervoersvoorziening (uitsluiten). Hierbij wordt gehandeld conform artikel 6 en artikel 7 van deze regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel