Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Algemene toetsingscriteria

Onderdeel van Uitwegenbeleid 2021

Iedere aanvraag of casus wordt getoetst aan de weigeringsgronden, zoals opgenomen in artikel 2.3, tweede lid Vfl (dan wel elk daaropvolgend door de raad vastgesteld gelijkluidend artikel). Indien een weigeringsgrond moet worden toegepast, wordt de aanvraag op basis van de hieromtrent gemaakte belangenafweging geweigerd. Bij de uitleg van artikel 2.3 Vfl en de daarin gehanteerde begrippen, wordt van onderstaande uitgangspunten en uitleg uitgegaan. 3.1. breedte van de uitweg Een uitweg heeft een maximale breedte van 5 m. Hierbij wordt in het geval sprake is van een fysieke aanpassing van de weg of trottoir, gemeten aan de buitenzijde van de constructie. Bij het aanpassen van een trottoir zullen de bochtbanden aldus volledig onderdeel uitmaken van de uitweg. 3.2. bruikbaarheid van de weg De bruikbaarheid van de weg is een breed begrip, maar heeft in elk geval (mede) betrekking op de volgende aspecten: aantal aangeduide parkeerplaatsen c.q. parkeervakken, alsook de niet aangeduide parkeergelegenheden (parkeerdruk); openbare voorzieningen, zoals afvalcontainer, kolken, straatmeubilair, lichtmasten of andere nutsvoorzieningen. 3.3. verkeersveiligheid Naast een veilig gebruik van een uitweg door de gebruiker en de deelnemers aan het verkeer (doorstroming op de weg), kan de verkeersveiligheid ook in het geding zijn als door het hebben van een uitweg hinder ontstaat als gevolg van uitspoeling van gronden of water op de openbare weg. Onder een doelmatig gebruik van de weg kan eveneens een goede doorstroming van verkeer vallen. 3.4. uiterlijk aanzien van de omgeving Onder uiterlijk aanzien van de omgeving, kan onder andere aan de volgende aspecten worden gedacht; de invloed op de beeldkwaliteit en beleving van de openbare ruimte van het desbetreffende gebied; parkeren vóór de voorgevelrooilijn dient passend te zijn gelet op de beoogde kwaliteit van het straatbeeld en omgeving; 3.5 bescherming van groenvoorzieningen Bij bescherming van groenvoorzieningen moet onder andere worden gedacht aan: aanwezige plantvlakken, plantenbakken of perken; landschapselementen, bossages, lanen of boomstructuren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel