Er bestaan verschillende bijstandsnormen. De bijstandsnorm is namelijk afhankelijk van de situatie van de klant. In de volgende paragrafen wordt uitgelegd hoe die bijstandsnormen worden bepaald. De Participatiewet kent een aantal vastgestelde bijstandsnormen. De hoogte van de toepasselijke norm is in de eerste plaats afhankelijk van leeftijd, maar ook van de woonsituatie en de leefsituatie (gezinssamenstelling).
De Participatiewet kent de volgende normen:
jongerennormen 18 t/m 20 jaar (Artikel 20 Participatiewet);
normen 21 jaar tot pensioengerechtigde leeftijd (Artikel 21 Participatiewet);
normen pensioengerechtigden (Artikel 22 Participatiewet);
kostendelersnorm (art. 19a en 22a Participatiewet);
normen voor mensen in een inrichting (Artikel 23 Participatiewet).
Per leeftijdsgroep zijn er verschillende bijstandsnormen. Die zijn afhankelijk van de gezinssituatie:
een alleenstaande/alleenstaande ouder;
gehuwden.
Alle bijstandsnormen zijn inclusief vakantietoeslag. Maandelijks reserveert het College 5% van de uitkering voor vakantiegeld. Het College betaalt het gereserveerde vakantiegeld uit in juni, of als de bijstand wordt beëindigd.
Hieronder wordt toegelicht wat de woonsituatie betekent voor de bijstandsnormen en op welke manier de verschillende leefvormen doorwerken in de bijstandsnormen.