Voor de bijstandverlening is bepalend waar de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft. De gemeente waar dat hoofdverblijf zich bevindt, is de gemeente die de bijstand verleent. In Nederland is iedereen verplicht zich bij de Basisregistratie Personen (BRP) van zijn woonplaats in te schrijven op het adres waar hij daadwerkelijk woont. Uitgangspunt van het “hoofdverblijf” is: feitelijk verblijf = woonplaats = adres in BRP.
Voor de hoogte van de bijstandsnorm is het aantal huisgenoten belangrijk. De zogenaamde kostendelersnorm kan dan van toepassing zijn (zie par. 3.4.2). Ook daarvoor geldt dat de registratie BRP leidend is. Zodra een klant een bijstandsuitkering aanvraagt, gaat het College uit van het aantal personen dat volgens BRP op dat adres staat ingeschreven. Als er twijfel bestaat over het juiste aantal personen, dan kan uitgegaan worden van de feitelijke situatie, als dit voldoende aannemelijk is gemaakt door de klant. Dit kan bijvoorbeeld door overlegging van bewijs van uitschrijving, maar ook door het instemmen met een huisbezoek. Uiteindelijk is het nog steeds aan de klant om de BRP-registratie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie.
Tijdelijk verblijf elders
Bij een kortdurend tijdelijk verblijf van enkele dagen of weken op een ander adres dan het BRP-adres, wijzigt het hoofdverblijf niet. Dit heeft dus geen gevolgen voor de toepasselijke bijstandsnorm. Bij twijfel of er sprake is van een kortdurend tijdelijk verblijf moet de klant contact opnemen met het College. Een kortdurend tijdelijk verblijf duurt in eerste instantie 3 maanden. Eventuele verlenging met 3 maanden is mogelijk. Na deze periode dient er verder onderzoek plaats te vinden. Met een kortdurend tijdelijk verblijf wordt geen verblijf in het buitenland bedoeld.