Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4.4

Personen in een inrichting

Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem

Als iemand in een instelling zit, valt hij onder de norm voor personen opgenomen in een inrichting. Het begrip inrichting Artikel 1 van de Participatiewet rekent twee soorten instellingen tot het begrip inrichting: 1e: Instellingen die louter gericht zijn op verzorging en verpleging; 2e: Instellingen die slaapgelegenheid bieden en de mogelijkheid van hulpverlening of begeleiding hebben gedurende meer dan de helft van ieder etmaal. Wel als inrichting te beschouwen Alle instellingen die gericht zijn op verzorging en verpleging zijn te beschouwen als inrichtingen. Dit blijkt ook uit de financiering van deze instellingen vanuit de Wlz-middelen (Wet langdurige zorg). Voorbeelden hiervan zijn alle algemene en psychiatrische ziekenhuizen, verpleeg- en bejaardentehuizen. Niet als inrichting te beschouwen Instellingen die gericht zijn op het bieden van (tijdelijke) woonvoorzieningen worden niet beschouwd als een inrichting. Voorbeelden hiervan zijn de dak- en thuislozenopvang, Blijf-van-mijn-lijf-huizen (Vrouwenopvang) en begeleid wonen projecten. Bij opvangvoorzieningen voor dak- en thuislozen, zoals bijvoorbeeld sociale pensions, beperkt de voorziening zich veelal tot het bieden van slaapgelegenheid. Er is in de regel geen of in beperkte mate begeleiding en hulpverlening. Instellingen voor maatschappelijke opvang zoals sociale pensions, internaten enz. zijn geen inrichtingen. Blijf-van-mijn-lijfhuizen worden beschouwd als woonvoorzieningen, waarbij de gebruik(st)er voor de toepassing van deze wet als zelfstandig wonend wordt beschouwd. Ook de projecten voor begeleid wonen voldoen niet aan de definitie van het begrip inrichting, omdat deze projecten bedoeld zijn als woonvoorziening met een zeer beperkte mogelijkheid tot begeleiding. Ook als inrichting te beschouwen Instellingen die zich kenbaar maken als begeleid-wonenproject, maar meer dan de helft van ieder etmaal begeleiding of hulpverlening beschikbaar hebben worden wel als inrichting beschouwd (beschermd wonen). Dit blijkt ook uit de financiering van deze instellingen vanuit de Wlz-middelen. Ook RIBW-instellingen die worden gefinancierd vanuit de Wet langdurige zorg worden als inrichting beschouwd.

Rechtspraak bij dit artikel