Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Betekenis van de begrippen middelen, inkomen en vermogen

Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem

De Participatiewet verstaat onder het begrip middelen: inkomen en vermogen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Iemand kan pas bijstand ontvangen op het moment dat hij zelf onvoldoende middelen heeft. De wet rekent tot middelen: vermogen en inkomen dat iemand vrij kan besteden; vermogen en inkomen waarover iemand redelijkerwijs kán beschikken; inkomsten die iemand anders krijgt voor het levensonderhoud van de klant zelf, zoals de curator die inkomsten ontvangt voor de klant; de fiscale heffingskortingen uit de Wet Inkomstenbelasting 2001. Uitzondering: de jonggehandicaptenkorting voor 27-plussers. Die is vrijgelaten. Wat wordt verstaan onder ‘redelijkerwijs kunnen beschikken’? Middelen waarover iemand redelijkerwijs kan beschikken zijn middelen waarover iemand de beschikking kan krijgen als hij er enige moeite voor doet. Denk bijvoorbeeld aan: een uitkering die aangevraagd kan worden bij UWV; een onverdeelde nalatenschap die nog verdeeld moet worden; antiek dat verkocht kan worden. Inkomen of vermogen Om te kunnen bepalen welke gevolgen bepaalde middelen voor de bijstandsuitkering hebben, is het nodig om te weten of er sprake is van inkomen of van vermogen. Voor inkomen gelden andere regels dan voor vermogen. A. Inkomen Er is sprake van inkomen als voldaan is aan twee voorwaarden. De eerste voorwaarde is dat de middelen het karakter van inkomen hebben. Dat is het geval als de middelen regelmatig worden ontvangen en vrij besteedbaar zijn. Maar ook middelen die eenmalig worden ontvangen kunnen als inkomen worden beschouwd. Dat is bijvoorbeeld zo bij een afkoopsom voor alimentatie, loon of pensioen. Middelen met het karakter van ‘inkomen’ zijn bijvoorbeeld: inkomsten uit arbeid; doorbetaald loon bij ziekte; inkomsten uit vermogen; sociale zekerheidsuitkeringen; alimentatie; inkomsten uit verhuur en onderhuur; inkomsten van kostgangers. De tweede voorwaarde is, dat de middelen betrekking hebben op een periode waarin bijstand is/wordt ontvangen. Als dat niet zo is, dan is er sprake van vermogen. Een afkoopsom voor een ouderdomspensioen dat ver voor de pensioengerechtigde leeftijd wordt uitgekeerd, is bijvoorbeeld vermogen, omdat het geen betrekking heeft op een periode waarover algemene bijstand zal worden ontvangen. B. Vermogen Vermogen is de waarde van bezittingen, na aftrek van de aanwezige schulden. Bezittingen zijn zowel geld als goederen die een bepaalde economische waarde hebben. Inlichtingenplicht Alle middelen moeten worden gemeld bij het College, ook als de klant twijfelt aan de noodzaak daarvan. Het College bepaalt vervolgens of de middelen van belang zijn voor de bijstandverlening. Als de klant nalaat om dergelijke middelen door te geven, dan komt hij de inlichtingenverplichting niet na. Als daardoor ten onrechte bijstand wordt verleend, moet dat teruggevorderd worden en wordt een onderzoek ingesteld naar het opleggen van een boete. Zie ook hoofdstuk 6 ‘Bestuurlijke sancties’ en hoofdstuk 8 ‘Terugvordering en verhaal’.

Rechtspraak bij dit artikel