Artikel 31 van de Participatiewet somt een aantal middelen op, dat ‘vrijgelaten’ wordt. Ze worden niet betrokken bij de bijstandverlening. De belangrijkste middelen die worden vrijgelaten zijn:
kindgebonden budget en kinderbijslag;
persoonsgebonden budget;
inkomsten uit arbeid van kinderen onder de 18 jaar;
rente over vrijgelaten vermogen en spaargeld;
vergoedingen van een werkgever voor reiskosten;
toeslagen van de Belastingdienst;
inkomstenvrijlatingen;
activeringssubsidies van Het College;
jonggehandicaptenkorting van de Belastingdienst voor mensen van 27 jaar of ouder.
Er zijn ook middelen, die onder bepaalde omstandigheden vrijgelaten worden:
uitkeringen en vergoedingen voor geleden schade;
bepaalde giften;
onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Geen middelen voor de Participatiewet
Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem