Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.7

Eigen woning en krediethypotheek

Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem

Een eigenaar van een woning of woonboot kan bijstand krijgen als hij of zijn gezin zelf in dat huis woont. Voorwaarde is wel dat de eigenaar de woning niet ‘redelijkerwijs’ kan verkopen of een (extra) hypothecaire lening op de woning kan afsluiten bij een bank of verzekeraar. Het College beoordeelt per geval of dat aan de orde is. Belangrijke punten zijn: waarde van de woning; hoogte hypothecaire lening(en); gezinssamenstelling; leeftijd en achtergrond klant; woningmarkt. De wetgever gaat ervan uit dat verkoop of een (extra) hypothecaire lening redelijkerwijs niet gevraagd kan worden, als de overwaarde van de woning niet hoger is dan € 50.100,-. In dat geval wordt de bijstand ‘om niet’ verstrekt. Als de overwaarde wel hoger is, dan wordt per geval beoordeeld of de verkoop of een (extra) hypothecaire lening redelijkerwijs van de klant gevraagd kan worden. Als dat niet zo is, kan de klant bijstand ontvangen. De bijstand heeft de vorm van een geldlening als naar verwachting, gerekend over een jaar vanaf de ingangsdatum, de bijstand meer bedraagt dan het netto minimumloon over een maand. Blijft de bijstand naar verwachting daaronder, dan wordt de bijstand ‘om niet’ verstrekt. Hoe wordt de waarde vastgesteld? De waarde wordt in principe vastgesteld op het bedrag dat de woning in de meest recente WOZ-beschikking van de gemeente heeft bepaald. Als de klant van mening is dat de waarde lager is, kan hij altijd de woning door een taxateur laten taxeren. De kosten zijn dan voor de klant. Hoe verloopt de bijstandverlening? Als de bijstand als geldlening wordt verstrekt, dan leent de klant als het ware de bijstand van het College. Krediethypotheek Voor de bijstand die als geldlening wordt verstrekt, vestigt het College een (krediet)hypotheek. Dat betekent dat de woning belast wordt met een nieuwe hypotheek. Dat gebeurt om zekerheid te krijgen als onderpand voor het terugbetalen van de lening. Als de maximale geldlening een laag bedrag is, dan kan het College daarvan afzien, gelet op de hoogte van de kosten in verhouding tot de maximale geldlening. Per geval bepaalt het College of er krediethypotheek wordt gevestigd. Het College verwacht van de klant dat hij meewerkt aan de vestiging van de krediethypotheek. Als de klant dat niet doet, dan schendt hij de medewerkingsverplichting en kan de aanvraag worden afgewezen. Kosten krediethypotheek Het vestigen van een krediethypotheek brengt de nodige kosten met zich mee. Deze kosten komen voor rekening van de klant. Het gaat om facturen voor de taxatie van de woning, notaris, e.a. directe kosten. Als de klant daarvoor niet de middelen heeft, kan het College bijzondere bijstand verlenen voor deze kosten. Als na taxatie blijkt dat een krediethypotheek niet mogelijk is vanwege het ontbreken van voldoende ruimte, dan verstrekt het College de bijstand om niet. Als er wel ruimte is, verstrekt het College de bijstand als lening en wordt dit bedrag bij de maximale geldlening (hoofdsom) opgeteld. Terugbetaling De looptijd van de geldlening is maximaal tien jaar en de aflossing is maandelijks 1/120e deel van de geldlening. Als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, stelt het College het maandbedrag van de aflossing op een lager of hoger bedrag vast. De hoogte van het inkomen en de noodzakelijke uitgaven hoeven namelijk niet constant te zijn. Zolang de klant een inkomen rond de bijstandsnorm heeft, hoeft de klant de geldlening niet terug te betalen. Als de klant een hoger inkomen krijgt, kan dit wel het geval zijn. Zodra de woning verkocht wordt, zal de lening aan het College worden terugbetaald uit de opbrengst van de verkoop. Is die opbrengst te laag, dan blijft er een schuld over. Het College bepaalt dan per geval hoe die schuld afgelost wordt.

Rechtspraak bij dit artikel