Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.6.5

Vaststelling van het vermogen

Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem

Deze paragraaf gaat over: het vaststellen van een vermogen het vrij te laten vermogen bij aanvang van de bijstand het vermogen tijdens de bijstandsperiode Vermogensvaststelling bij aanvang Bijstand verlenen is alleen mogelijk als het vermogen van de klant lager is dan de vermogensvrijlating. De hoogte van de vermogensvrijlating is geregeld in de Artikel 34 van de Participatiewet. Het College wijst de aanvraag voor algemene bijstand af als het vermogen hoger is. Gaat het om bijzondere bijstand, dan is het vermogen boven deze grenzen draagkracht. Er wordt dan beoordeeld of de draagkracht hoger zijn dan de kosten. Is dat het geval dan wordt de aanvraag afgewezen. Bij het bepalen van het vermogen bij aanvang van de bijstandsverlening houdt Het College rekening met de aanwezige schulden en een bedrag voor levensonderhoud (maandnorm inclusief vakantietoeslag) voor de eerste maand na aanvang. In de toekenningsbeschikking geeft het College aan op welk bedrag het vermogen is vastgesteld. Dit kan ook een negatief bedrag zijn. Vermogenstoename tijdens bijstandsperiode Het is belangrijk dat het beginvermogen juist is vastgesteld. De beginstand bepaalt namelijk welk vermogen de klant tijdens de bijstandsperiode nog kan ontvangen, voordat de bijstand wordt beëindigd. Als de klant tijdens de bijstandsperiode nieuw vermogen ontvangt, telt het College dit nieuwe vermogen erbij op. Dat kan ertoe leiden dat de bijstand beëindigd wordt. Als het vermogen bij de start van de bijstand op een negatief bedrag is vastgesteld, dan blijft de vermogensruimte conform artikel 34 van de Participatiewet. Als de klant nieuw vermogen ontvangt dat hoger is dan deze vermogensruimte, wordt de bijstand in principe beëindigd. De bijstandsnorm wordt eenmaal vrijgelaten op de lopende uitkering. Schulden, die tijdens de bijstandsperiode worden gemaakt, tellen niet mee bij deze berekeningen. Daardoor kan het zijn, dat na de ontvangst van een erfenis of loterij het vermogen toch negatief is. Dan nog moet de bijstand worden beëindigd. Vaststelling vermogen bij normwijziging Bij een normwijziging is er sprake van voortzetting van de bijstand. Door de wijziging in de gezinssituatie dient het vermogen opnieuw te worden vastgesteld. Wanneer bij de oorspronkelijke vermogensvaststelling rekening is gehouden met het vermogensbestanddeel van het ten laste komende kind, moet bij de vermogensvaststelling van de ouder niet langer rekening worden gehouden met het vermogensbestanddeel van het kind. Als er voorafgaande aan de normwijziging een vermogensoverheveling heeft plaatsgevonden van de ouder naar het kind met als kennelijk doel om het recht op bijstand (langer) te waarborgen, dan kan er sprake zijn tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Dat is afhankelijk van het bestedingsdoel en de hoogte van het bedrag.

Rechtspraak bij dit artikel