Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 8.2.1

Verplichting tot het (op)eisen van alimentatie

Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem

Als de klant alimentatie ontvangt, houdt het College daarmee rekening bij het vaststellen van de hoogte van de bijstand. Voor meer informatie over het verrekenen van alimentatie met de bijstand, zie hoofdstuk 4 ‘Inkomen en vermogen’. Ontvangt de klant geen alimentatie, maar heeft hij daar mogelijk wel recht op, dan is het anders. Het College onderzoekt dan of er een alimentatiebeschikking is vastgesteld door de rechtbank of dat er een afspraak over alimentatie is vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. Als dat niet zo is dan wordt de klant verplicht om een verzoek tot alimentatie in te dienen bij de rechtbank. Dat geldt ook voor de situatie dat er een afspraak in een echtscheidingsconvenant is die niet wordt nagekomen. De verplichting om alimentatie te verzoeken wordt alleen opgelegd zolang dit verzoek bij de rechtbank kan worden gecombineerd met de procedure tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed. Bij het opleggen van de verplichting wordt opgenomen dat de alimentatie moet worden vastgesteld op grond van een draagkrachtberekening. Het College legt geen verplichting op, als de draagkracht van de onderhoudsplichtige bij het College bekend is en niet voldoende is om alimentatie te kunnen betalen. Dat is bijvoorbeeld het geval als de onderhoudsplichtige zelf ook een bijstandsuitkering heeft. Zolang het ingediende alimentatieverzoek bij de rechtbank loopt, wordt er geen korting toegepast op de uitkering. Bepaalt de rechtbank dat de onderhoudsplichtige met terugwerkende kracht alimentatie moet betalen, dan verrekent het college een nabetaling met de uitkering. Alimentatie die de klant dan ontvangt, kan met de lopende uitkering worden verrekend tot maximaal zes maanden terug. Als er wel een alimentatiebeschikking is vastgesteld door de rechtbank maar deze wordt niet of niet volledig nagekomen, dan is de klant verplicht het Landelijk Bureau voor de Inning van Onderhoudsbijdragen (LBIO) in te schakelen. Het LBIO is een overheidsinstelling die belast is met de inning van onderhoudsbijdragen. Zolang de vastgestelde alimentatieverplichting niet of niet volledig wordt nagekomen, wordt bij de berekening van de uitkering rekening gehouden met de feitelijk ontvangen alimentatie. Komt de klant bovengenoemde verplichtingen niet na, dan kan Het College de uitkering verlagen. In bijzondere gevallen kan het College besluiten om de genoemde verplichtingen niet op te leggen. Dat is zo, als in redelijkheid niet van de klant kan worden gevraagd om deze stappen te zetten. Denk daarbij aan traumatische ervaringen en/of de risico van fysiek geweld. Het College kan dan besluiten om zelf tot verhaal van bijstand op de onderhoudsplichtige over te gaan. Als de klant niet wordt verplicht om een alimentatieverzoek in te dienen bij de rechtbank, onderzoekt het College de mogelijkheden om bijstand te verhalen op de onderhoudsplichtige.

Rechtspraak bij dit artikel