Het College verhaalt de bijstand in de volgende gevallen:
op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht voor zijn echtgenoot, geregistreerde partner of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt, tot de grens van de wettelijke onderhoudsplicht;
op degene die zijn onderhoudsverplichting na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt, tot de grens van de onderhoudsplicht;
op degene die zijn wettelijke onderhoudsplicht niet of niet behoorlijk nakomt met betrekking tot zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is verleend, tot de grens van de onderhoudsplicht;
op degene die van de klant een schenking heeft ontvangen. Dat is slechts het geval voor zover bij het besluit op de aanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden als de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij het aannemelijk is geworden dat de schenker op het moment van de schenking de noodzaak tot het verkrijgen van bijstand redelijkerwijze niet heeft kunnen voorzien;
op de nalatenschap van personen als:
aan die persoon ten onrechte bijstand is verleend en voor zover voor het overlijden nog geen terugvordering/invordering heeft plaats gevonden;
bijstand is verleend in de vorm van een geldlening of voortvloeiend uit de gestelde borgtocht.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.2.2
Verhaal van bijstand
Onderdeel van Beleidsregels Werk en Inkomen Gemeente Lochem