Mobiliteits voorzieningen kunnen worden ingezet voor korte, middellange en lange afstanden en worden ingezet wanneer een inwoner fysieke beperkingen ondervindt waardoor hij/zij met de algemeen gebruikelijke voorzieningen (bijlage ..) de vervoersbehoefte niet kan oplossen.

Wanneer vervoersbehoefte op werk alleen aanwezig is dan is de UWV voorliggend.