KOOPKRACHTBINDING EN KOOPKRACHTTOEVLOEIING
De mate van bestedingen door eigen inwoners in de winkels in de gemeente en de extra omzet van de winkels door bestedingen van bezoekers van de gemeente zijn een indicatie voor het functioneren van het winkelaanbod. In het Koopstromenonderzoek Randstad 2016 zijn die koopkrachtbinding, -afvloeiing en - toevloeiing gemeten. In onderstaand figuur is uitgelegd wat dit inhoudt.
FIGUUR 4 VISUALISERING VRAAGZIJDE: KOOPKRACHTBINDING, -TOEVLOEIING EN –AFVLOEIING
Bron: Piktocharts (iconen), bewerking Bureau Stedelijke Planning
DAGELIJKS
NIET-DAGELIJKS
2016
2011
2016
2011
Binding
84%
80%
26%
33%
Afvloeiing offline
15%
19%
53%
57%
Afvloeiing online
1%
0%
22%
10%
Totaal bestedingen inwoners Medemblik
100%
100%
100%
100%
Toevloeiing regulier
12%
6%
29%
18%
Toevloeiing toerisme2 Toevloeiing door toerisme komt bovenop reguliere toevloeiing
3,1%
n.b.
3,9%
n.b.
TABEL 1 KOOPKRACHTBINDING EN -TOEVLOEIING GEMEENTE MEDEMBLIK 2011 EN 2016
Bron: Koopstromenonderzoek, 2016 (gepresenteerd in 2017)
De binding aan de dagelijkse winkels in de gemeente Medemblik is toegenomen tot 84%. Dit past in de trend van het meer lokaal boodschappen doen (KSO, 2016), gevoed door schaalvergroting van supermarkten. Specifiek voor Medemblik geldt ook dat versterking van het dagelijks aanbod in Zwaagdijk en Wognum hieraan een bijdrage heeft geleverd. Medemblik scoort iets lager op binding in vergelijking met overige gemeenten met 35.000 - 50.000 inwoners uit het KSO (deze benchmarkgemeenten scoren gemiddeld 87%).
De binding aan de niet-dagelijkse winkels is afgenomen tot 26% en lager dan in de benchmarkgemeenten (41%). Daar is een tweeledige verklaring voor: consumenten kiezen steeds vaker voor winkelen in grotere centra (30% van de niet-dagelijkse bestedingen vloeit af naar Hoorn) en bestellen ook meer producten via internet. In Medemblik is het aandeel dat afvloeit naar internet tussen 2011 en 2016 toegenomen van 10% naar 22% (en vergelijkbaar met de benchmarkgemeenten; 21%).
De toevloeiing in de dagelijkse sector is toegenomen. Mogelijk komt dit voor rekening van de aanbodversterkingen in de dagelijkse sector, vooral voor rekening van Winkelhart Zwaagdijk (met twee nieuwe supermarkten) en Wognum (één nieuwe supermarkt). Drechterland (4%), Hoorn (3%) en Opmeer (1%) zijn de belangrijkste herkomstgemeenten.
Ook de toevloeiing in de niet-dagelijkse sector is toegenomen. De buurgemeenten zijn de belangrijkste herkomstgemeenten. Deze groei heeft mogelijk ook met de opening van Winkelhart Zwaagdijk te maken.
VLOERPRODUCTIVITEIT
Een tweede indicator voor economisch functioneren is de vloerproductiviteit (omzet per m winkelvloeroppervlakte). Omdat de vloerproductiviteit van de niet- dagelijkse sector sterk afhankelijk is van de invulling van de branchegroepen en het aanbod in Medemblik in deze sector relatief klein is, is een vergelijking met het landelijk gemiddelde lastig. Voor het dagelijkse aanbod kan die vergelijking wel gemaakt worden. De landelijk gemiddelde vloerproductiviteit in de dagelijkse sector bedraagt € 8.108 per m wvo. Supermarkten behalen gemiddeld een hogere productiviteit en winkels in overige levensmiddelen en persoonlijke verzorging gemiddeld lager.
Het aanbod in Medemblik functioneert redelijk op het landelijke niveau3 Of een winkel levensvatbaar is, hangt niet alleen af van de vloerproductiviteit. Ook de huisvestigingslasten spelen een belangrijke rol.. De vloerproductiviteit in het centrum van de kern Medemblik ligt 25% lager, maar scoort ondanks de afwezigheid van een volwaardige full-service supermarkt (die in de regel een relatief hoge vloerproductiviteit halen) nog steeds goed.
FIGUUR 5 VLOERPRODUCTIVITEIT DAGELIJKSE SECTOR CENTRUMGEBIEDEN GEMEENTE MEDEMBLIK Bron: KSO, 2016
LEEGSTAND
Leegstand is een van de indicatoren voor het functioneren van winkelgebieden. In totaal staat er 3.638 m wvo leeg verspreid over 18 panden. De winkelleegstand4 Oppervlakte leegstaande panden: verhouding detailhandel – niet-detailhandel is 2:1 bedraagt daarmee 3,6%. De helft daarvan maakt geen onderdeel uit van een winkelgebied (verspreide bewinkeling). Over het geheel gezien is de leegstand in Medemblik relatief beperkt. Meest zorgelijk zijn Wognum en Wervershoof. In Wognum is na het vertrek van Blokker (bijna 400 m wvo) het leegstandpercentage flink toegenomen. In Wervershoof is de leegstand ondertussen iets groter dan de drie panden tijdens de opnamedatum (november 2017). Doordat de leegstand in de passage van het planmatige Molenhoek geconcentreerd is, voelt deze ook groter dan feitelijk het geval is.
TABEL 2 LEEGSTAND IN DE WINKELGEBIEDEN IN DE GEMEENTE MEDEMBLIK
Bron: Locatus, 2018 (opnamedatum november 2017)
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
(ECONOMISCH) FUNCTIONEREN
Onderdeel van Detailhandelsvisie gemeente Medemblik 2018-2023