LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING
Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit Ruimtelijke ordening (Bro) dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren. Het doel van de ladder is een zorgvuldige ruimtelijke ordening, in termen van optimale benutting van de ruimte in stedelijk en niet-stedelijk gebied. Per 1 juli 2017 zijn de drie treden van de Ladder losgelaten en geldt het volgende:
Artikel 3.1.6 lid 2
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Een onderzoek naar de behoefte heeft slechts tot doel na te gaan of de vestiging in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Als bijvoorbeeld uit onderzoek blijkt dat er geen behoefte is aan nieuwe detailhandel op een bepaalde plek, is dat op zich geen reden om geen medewerking te verlenen aan die ontwikkeling. Indien als gevolg van die ontwikkeling onaanvaardbare leegstand ontstaat of het woon- en leefklimaat onevenredig wordt aangetast, zijn dat wel ruimtelijk relevant argumenten om geen medewerking te verlenen.
Met de nieuwe Ladder is het mogelijk om bij flexibele bestemmingsplannen te besluiten om de Ladderplicht door te schuiven naar het moment van uitwerking. Het opstellen van de motiveringen blijft maatwerk, waarbij de specifieke lokale omstandigheden van groot belang blijven. Een onderzoek naar de behoefte heeft slechts tot doel na te gaan of de vestiging in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
PROVINCIALE DETAILHANDELSVISIE
De nota “Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015-2020” is op 15 december 2014 vastgesteld door de Provinciale Staten. Het betreft de geactualiseerde versie van de nota uit 2009. De actualisatie vloeit voort uit de evaluatie van het beleid en trends en ontwikkelingen in de detailhandel. De missie van de provincie is ‘het versterken van de detailhandelstructuur in Noord-Holland’. Daarbij behoren de volgende drie hoofddoelstellingen:
Een detailhandelstructuur die uitgaat van duurzaam ruimtegebruik;
Een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een vitale regionale economie;
Een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving.
De hoofddoelstellingen zijn uitgewerkt in zes beleidsdoelen:
Prioriteit geven aan hoofdwinkelgebieden;
Voorkómen van extra leegstand;
Internet-afhaalpunten bij voorkeur situeren in bestaande winkelcentra;
Een vitale, dynamische en concurrerende detailhandel structuur, ruimte geven aan kwaliteit;
Primaire detailhandel bereikbaar op een aanvaardbare afstand, met oog voor leefbare dorpskernen;
Detailhandel die bijdraagt aan aantrekkelijke binnensteden.
REGIONALE DETAILHANDELSVISIE
In de regionale detailhandelsvisie West-Friesland (2015) wordt ingezet op (versterking van) de hoofdstructuur. Er wordt geen medewerking verleend aan initiatieven tot nieuwe clusters van detailhandel buiten de hoofdstructuur (met uitzondering van de Hoornse nieuwbouwwijk Bangert-Oosterpolder waar een nieuw (inmiddels gerealiseerd) boodschappencentrum is voorzien). De hoofdlijnen zijn als volgt:
Initiatieven en winkelontwikkelingen dienen bij te dragen aan de gewenste structuur (binnenstad en bestaande winkelcentra). Binnen deze centra kunnen initiatieven gehonoreerd worden en nieuwe concepten ingepast.
Het is van belang dat innovatieve ontwikkelingen als pick-up points, pop- up stores, branchevervaging en andere (deels niet te voorziene) ontwikkelingen een meerwaarde hebben voor de huidige detailhandelsstructuur en daar geen afbreuk aan doen.
De drie binnensteden van Hoorn, Enkhuizen en Medemblik zijn het domein van alle (ook nieuwe) vormen van detailhandel en aanverwante functies.
Behoud en versterking van de gewenste structuur moet gepaard gaan met reductie van verspreide meters die afbreuk doen aan de structuur.
Nieuwe detailhandelsinitiatieven worden buiten de winkelgebieden niet toegestaan. Initiatieven die voorzien in realisering van verspreid gevestigde detailhandel zijn niet gewenst.
Een afname van het aanbod aan verspreide winkels in de regio voor zover deze niet bijdragen aan de dagelijkse verzorging van de kleinste dorpen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
BELEIDSKADERS RIJK, PROVINCIE EN REGIO
Onderdeel van Detailhandelsvisie gemeente Medemblik 2018-2023