1. Uitgifte geschiedt door geliberaliseerde pacht voor de duur van één jaar. Na deze periode kan de pacht met maximaal twee maal één jaar worden verlengd.

2. Het toegewezen pachtperceel moet bedrijfsmatig worden geëxploiteerd conform het bepaalde in artikel 7:312 Burgerlijk Wetboek.

3. De gemeente behoudt zich het recht voor om onderhands te verpachten en in een dergelijke situatie aanvullende voorwaarden te stellen.

4. Kosten van de Grondkamer en de wettelijk verrekenbare lasten van de pachtpercelen komen voor rekening van de verpachter.

5. Een toetsing ingevolge de wet Bibob kan onderdeel zijn van de procedure. De inschrijver kan gevraagd worden bij de inschrijving een integriteitsverklaring te voegen wanneer dit volgt uit het gemeentelijke beleid inzake de wet Bibob.