Wanneer deelauto’s worden ingezet moet voorkomen worden dat toekomstige bewoners kunnen uitwijken naar beschikbare parkeerplaatsen in de omgeving en daar voor overlast zorgen. Wanneer parkeren in de openbare ruimte gratis en onbeperkt is, kunnen nieuwe bewoners de auto altijd op relatief korte afstand van de woning parkeren. Ook wanneer het parkeeraanbod op eigen terrein beperkt is. De drempel voor het bezit van een eigen auto is hierdoor laag en de kans op overlast in de omgeving groot.
Op het moment dat er, door middel van parkeerregulering, geen gratis parkeerplaatsen in de buurt zijn, wordt autodelen aantrekkelijker. Daarnaast wordt de omgeving van de nieuwe ontwikkelingen beschermt tegen parkeeroverlast. Door een lagere parkeereis te hanteren wordt er een duidelijk signaal afgegeven aan toekomstige bewoners en worden vooral huishoudens getrokken die minder auto gebonden zijn. Autodelen is in dat geval een aantrekkelijk alternatief voor de eigen auto. Parkeerregulering in de omgeving maakt het mogelijk om het gebruik van de deelauto te optimaliseren.
De afstand waarbinnen regulering nodig is bij een nieuwe ontwikkeling is afhankelijk van het gebied (Nota Parkeernormen Delft, 2018) waar de ontwikkeling in valt. Per gebied zijn acceptabele loopafstanden gedefinieerd. In de binnenstad geldt een loopafstand van 800 meter, in de schil binnenstad en rest Delft is dit 400 meter.
In Delft wordt parkeerregulering proactief toegepast (zie hiervoor raadsbesluit parkeertransitie van 9 juli 2020). Er moet voor proactieve regulering rond bouwontwikkelingen aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
Er is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling met een parkeeroplossing waarbij (inclusief eventuele korting op de parkeereis) minimaal 20 parkeerplaatsen gedeeltelijk of volledig op eigen terrein worden gerealiseerd.
En/of er is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling waarbij minimaal 10 parkeerplaatsen minder worden gerealiseerd ten opzichte van de normatieve parkeerbehoefte bij toepassingen van de standaard parkeernorm.
In die situaties wordt de omgeving beschermd voor ontwikkelingen door proactief parkeerregulering in te voeren. Bij dergelijke ontwikkelingen is er dus automatisch sprake van parkeerregulering. Daarmee wordt aan de randvoorwaarde voldaan dat de omgeving geen overlast ervaart door de toepassing van een lagere parkeereis en neemt de kans op succesvolle inzet van deelmobiliteit toe. Dit maakt een mobiliteitstransitie mogelijk. Bij ontwikkelingen die niet aan deze voorwaarden voldoen, kunnen nieuwe bewoners en bezoekers nog steeds gratis parkeren in de openbare ruimte en is de kans groter dat zij de eigen auto niet weg doen. Wanneer de parkeerdruk echter te hoog wordt, kan alsnog parkeerregulering worden ingevoerd om de parkeerdruk beter te kunnen spreiden.
Actuele informatie over het gebied waar parkeerregulering geldt is te vinden in het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Delft.
Indicator parkeerregulering:
Aanwezigheid parkeerregulering binnen de maximale acceptabele loopafstand (bijlage 5, Nota Parkeernormen Delft, 2018) van het gebied ten opzichte van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling en/of de mate waarin de ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden voor invoering proactieve parkeerregulering.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Aanwezigheid van parkeerregulering
Onderdeel van Uitgangspunten en randvoorwaarden voor deelmobiliteit bij bouwontwikkelingen Gemeente Delft