Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Mate van autogebondenheid

Onderdeel van Uitgangspunten en randvoorwaarden voor deelmobiliteit bij bouwontwikkelingen Gemeente Delft

Naast de parkeerregulering is ook de mate van autogebondenheid bepalend voor het succes van deelmobiliteit. Deze wordt beïnvloed door de mate waarin er een alternatieve vervoersmogelijkheid is voor de auto. Een deelauto is voornamelijk een goed alternatief voor incidentele verplaatsingen. Wanneer de auto nodig is voor de dagelijkse (zoals de woon-werk) verplaatsingen, is de deelauto een minder aantrekkelijk alternatief. Als de dagelijkse verplaatsingen gemakkelijk zonder auto te maken zijn, wordt de deelauto een aantrekkelijker alternatief voor de eigen auto. Het bezit van een eigen auto is voor deze incidentele verplaatsingen namelijk geen voorwaarde. Bij het bepalen van de autogebondenheid is het van belang dat mensen een concurrerend alternatief hebben voor (a) het bereiken van dagelijkse voorzieningen en (b) de reis van- en naar het werk. De overige verplaatsingen worden vooral incidenteel gemaakt en kunnen daarom ook met een gedeelde auto afgelegd worden. In heel Delft is het mogelijk om lopend of met de fiets de dagelijkse voorzieningen te bereiken. De gebieden binnenstad en schil binnenstad, zoals beschreven in de nota parkeernormen, bieden de meeste voorzieningen op loop-/fietsafstand. Voor het woon-werk verkeer is in veel gevallen de afstand groter. Voor de middellange afstanden kan de elektrische fiets een oplossing bieden. Voor de langere afstanden is het OV het enige concurrerende alternatief. Een verplaatsing met het OV is pas competitief als de totale reistijd van de deur-tot-deur (keten)verplaatsing maximaal anderhalf keer zo is als dezelfde reis per auto. Een beperkte reistijd naar een station is een voorwaarde om het OV concurrerend te laten zijn ten opzichte van de auto. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de ‘acceptabele’ afstand naar een treinstation. Hieruit blijkt dat de tijd die het kost om naar het station te komen belangrijker is dan de hemelsbrede afstand. Daarnaast zijn mensen bereid verder te reizen naar het OV-station naarmate het OV sneller is, de frequentie hoger is en de reis over een grotere afstand gaat. Het binnenstedelijk fietsgebruik in Delft is groot, meer dan 50% van de verplaatsingen binnen de stad wordt gemaakt met de fiets. Veel Delftenaren zullen de fiets dan ook gebruiken als voortransport voor het OV. Daarbij is de inschatting dat zij bereid zijn om verder te fietsen naar station Delft dan naar station Delft Campus. OV en voorzieningenniveau hebben niet alleen invloed op het gebruik van deelmobiliteit maar ook op de parkeernorm. Bij het vaststellen van de parkeernormen zijn nabijheid van het OV en voorzieningen belangrijke uitgangspunten. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt tussen de volgende gebieden: binnenstad, schil binnenstad en rest Delft. Waarbij het voorzieningenniveau en aanbod OV in de binnenstad het hoogst is en in rest Delft het laagst. De invloed van deelmobiliteit is daarom het grootst in de gebieden binnenstad en schil binnenstad, dit is oranje weergeven in onderstaande kaart. De invloed van station Delft Campus op de autogebondenheid is een kleiner gebied, en rood weergeven op onderstaande kaart. De autogebondenheid in beide gebieden is relatief beperkt. Indicator autogebondenheid Invloedgebied voorzieningen en reistijd vanaf de ontwikkellocatie tot station Delft en/of station Delft Campus.

Rechtspraak bij dit artikel