De potentie voor de succesvolle inzet van deelmobiliteit en de kans dat parkeeroverlast ontstaat in de omgeving is afhankelijk van de kenmerken van de locatie. De aanwezigheid van voldoende alternatieven voor het maken van dagelijkse verplaatsingen (autogebondenheid) en de aanwezigheid van parkeerregulering binnen acceptabele loopafstand van de nieuwe ontwikkeling vormen de belangrijkste omgevingsfactoren.
De reductie wordt berekend over het gebruikersdeel van de parkeereis en geldt alleen bij woningen.
Er zijn 4 categorieën te onderscheiden. De categorieën zijn als volgt, met daarbij een gradatie in de hoeveelheid reductie van de parkeereis:
Categorie 1: Binnen invloedgebied voorzieningen en station, en parkeerregulering
In deze categorie zijn de omstandigheden optimaal voor de inzet van deelmobiliteit. Er zijn voldoende alternatieven voor het maken van verplaatsingen met de auto. Incidenteel autogebruik wordt mogelijk gemaakt door het aanbieden van deelauto’s. Bovendien is de omgeving gereguleerd (of wordt eventueel proactief gereguleerd) en daarmee beschermd tegen parkeeroverlast. Op dergelijke locaties is een reductie op de parkeereis tot 30% mogelijk.
Deze reductie van 30% komt voort uit de aanwezigheidspercentages van het CROW, die ook worden gebruikt in de Nota Parkeernormen. Volgens het CROW is overdag de 50% van de bewoners (met auto) thuis. De overige 50% gebruikt de auto dus voor de dagelijkse verplaatsing. Deelmobiliteit biedt vooral een alternatief voor de incidentele verplaatsing, ofwel voor de bewoners die overdag thuis zijn. Deelmobiliteit kan dus een reductie van 50% opleveren. Echter is deelmobiliteit momenteel nog in ontwikkeling, daarom wordt uitgegaan van een maximale reductie van 30%. Door de inzet van proactieve regulering vallen grotere ontwikkelingen die in het invloedsgebied van het station liggen – automatisch in deze categorie. Ook al is er nu nog geen regulering in (een deel van) de omgeving rondom de ontwikkeling.
Categorie 2: Buiten invloedgebied voorzieningen en station, maar wel regulering
Als er minder alternatieven voor de auto beschikbaar zijn, is de autogebondenheid hoger. Meer mensen zijn in dat geval afhankelijk van de auto om van A naar B te reizen. Het autobezit zal daarom in de regel hoger liggen dan in categorie 1. Omdat de omgeving dankzij (proactieve) parkeerregulering beschermd is tegen parkeeroverlast hoeft de gemeente geen harde parkeereis op te leggen. In deze categorie is er daarom een maximale reductie van 20% van de parkeereis mogelijk.
Categorie 3: Binnen invloedgebied voorzieningen en station, maar geen regulering
Ruimtelijke ontwikkelingen die in deze categorie vallen hebben voldoende alternatieven voor het maken van dagelijkse verplaatsingen. Dit gecombineerd met de gestelde eisen aan het aanbod van deelmobiliteit, maakt dat er goede voorwaarden zijn om over te stappen op deelmobiliteit. De omgeving heeft echter geen regulering, waardoor het gebruik van deelmobiliteit niet kan worden afgedwongen. De reductie op de parkeereis is daarom maximaal 15%. Gezien de proactieve parkeerregulering zal dit alleen voor ontwikkelingen gelden waar slechts een beperkte inzet van deelmobiliteit. Grotere ontwikkelingen vallen ‘automatisch’ in categorie 1.
Categorie 4: Buiten invloedgebied voorzieningen en station en geen regulering
Binnen deze categorie is sprake van een grote mate van autogebondenheid. De deelauto zal in deze categorie vooral een alternatief zijn voor de 2e of 3e auto (bij meer incidentele verplaatsingen). Daarom is een maximale reductie van 10% op de parkeereis mogelijk. Gezien de proactieve parkeerregulering zal dit alleen voor ontwikkelingen gelden waar slechts een beperkte inzet van deelmobiliteit. Grotere ontwikkelingen vallen ‘automatisch’ in categorie 2.
Met een mobiliteitsplan voor een gebied of een ontwikkeling kan een nadere onderbouwing geleverd worden voor bijzondere omstandigheden die aanleiding zijn voor alternatieve toepassing van de reductie en het afwijken van de normatieve parkeerbehoefte.
Het stroomschema op de volgende pagina geeft de verschillende categorieën (inclusief de reductie) weer:
*ontwikkelingen die niet voldoen aan de voorwaarde om proactieve regulering in te voeren
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Reductie van de parkeereis
Onderdeel van Uitgangspunten en randvoorwaarden voor deelmobiliteit bij bouwontwikkelingen Gemeente Delft