Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1

Inleiding tot de beleidsregels

Onderdeel van Nota Parkeernormen 2018 – update 2021 Auto- en fietsparkeren bij bouwontwikkelingen

Bij elke bouwontwikkeling in de gemeente Delft moeten voldoende parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen gerealiseerd worden conform de parkeernormen uit deze Nota Parkeernormen. Het basisuitgangspunt hierbij is dat deze parkeerplaatsen op eigen terrein moeten liggen (en binnen de maximale loopafstanden, zie bijlage 5). Dit basisuitgangspunt conform artikel 5.1 van de Facetherziening Parkeren is weergegeven in figuur 4.2. De afwijkingen op dit basisuitgangspunt van parkeren op eigen terrein conform artikel 5.3 van de Facetherziening Parkeren is schematisch weergegeven in figuur 4.3. In onderstaande figuur 4.1 wordt tenslotte schematisch het onderscheid tussen de stappen van artikel 5.1 en 5.3 weergegeven. Figuur 4.1: Schematische weergave onderscheid stappen artikel 5.1 en 5.3 Facetherziening Parkeren Voor de vaststelling van het aantal benodigde (fiets)parkeerplaatsen bij een bouwontwikkeling moeten de beleidsregels uit dit hoofdstuk nageleefd worden. Zowel de normatieve parkeerbehoefte als eventuele afwijkingen hierop worden bepaald op basis van de beleidsregels uit dit hoofdstuk. Eventuele afwijkingen komen bijvoorbeeld voort uit de onmogelijkheid om het vastgestelde aantal (fiets)parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Het kan ook zo zijn dat van de beoogde gebruikersgroep van een te realiseren functie een ander mobiliteitsgedrag verwacht wordt dan in de parkeernormen verondersteld wordt. Bij bouwontwikkelingen in de gemeente Delft die aanleiding geven tot laden of lossen zal voorzien moeten worden in voldoende ruimte voor laden of lossen van goederen. In deze behoefte dient alleen te worden voorzien indien de omvang en gebruiksfunctie van een bouwontwikkeling hier aanleiding toe geeft. Het basisuitgangspunt hierbij is dat deze voorziening op eigen terrein moet liggen. Indien de laad- en losbehoefte van een ontwikkeling op eigen terrein gefaciliteerd wordt conform artikel 6.1 van de Facetherziening Parkeren is geen sprake van afwijkingsgronden. In alle andere gevallen geldt de afwijkingsbevoegdheid conform artikel 6.2 van de Facetherziening Parkeren. De hiernavolgende paragrafen omvatten de beleidsregels, welke worden geïllustreerd met (reken)voorbeelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel