Conform artikel 5.1 van de Facetherziening parkeren geldt dat elke initiatiefnemer zorg moet dragen voor voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein voor het faciliteren van de parkeereis, waarbij eventueel dubbelgebruik wordt meegenomen. Deze eis is zowel van toepassing op het auto- als het fietsparkeren.
In onderstaande figuur is de werkwijze schematisch weergegeven.
Figuur 4.2: Schematische weergave berekening parkeereis op eigen terrein
De relevante gegevens
Om een adequate parkeerbalans op te kunnen stellen zijn de juiste invoergegevens vereist. Dit zijn de gegevens op basis waarvan de parkeernormen kunnen worden toegepast. Voor een woningbouwproject zijn dit het aantal woningen per woningcategorie naar gebruiksoppervlakte (GO), voor bijvoorbeeld een hotel zijn dit het aantal kamers. Voor de meeste functies is de norm gebaseerd op de bruto vloeroppervlakte (bvo). In bijlage 6 is een aantal omrekenfactoren opgenomen. Deze omrekenfactoren kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om het aantal zitplaatsen in een bioscoop om te rekenen tot het aantal vierkante meters (m2) bvo.
Bij het berekenen van de normatieve parkeerbehoefte is het van belang dat zo concreet mogelijk benoemd wordt wat voor bouwontwikkeling het betreft. Ook is relevant op wat voor manier de te realiseren functies gebruikt zullen gaan worden (benoeming van de beoogde gebruikersgroepen).
Voor verschillende gebieden in de gemeente Delft zijn afwijkende parkeernormen gedefinieerd. De hoogte van de te hanteren parkeernorm is afhankelijk van de ligging van het plangebied in het stedelijk netwerk (binnenstad, schil binnenstad of rest Delft) en van het type functie dat gerealiseerd wordt. In hoofdstuk 3.1 wordt nader ingegaan op de stedelijke zones waartussen onderscheid gemaakt wordt binnen de gemeente.
Rekenvoorbeeld A: verzameling invoergegevens
In een plangebied worden woningen, kantoren en een supermarkt gerealiseerd. Op een deel van de bouwlocatie stond tot voor kort een opslagloods van 2.500 m2. Om de bruto parkeerbehoefte te kunnen bepalen zijn de volgende gegevens nodig.
De normatieve parkeerbehoefte
Wanneer de gegevens van een bouwontwikkeling bekend zijn, wordt de bijbehorende norm bepaald. Deze wordt vermenigvuldigd met het te realiseren programma, het aantal m2 bvo of met andere eenheden zoals het aantal zitplaatsen in een bioscoop. Bij een gecombineerde ontwikkeling, wordt de berekening voor iedere functie apart uitgevoerd. De uitkomsten van iedere berekening worden vervolgens bij elkaar opgeteld, deze optelling vormt de normatieve parkeerbehoefte. Deze berekening wordt zowel voor het aantal auto’s als voor het aantal fietsen uitgevoerd.
Rekenvoorbeeld B: berekening normatieve parkeerbehoefte
In dit voorbeeld ligt het plangebied binnen de zone ‘Schil binnenstad’. In het onderstaande overzicht zijn de invoergegevens vermenigvuldigd met de normen die in deze zone gelden. De initiatiefnemer kiest er in dit geval voor om bij iedere woning een eigen parkeerplaats op te leveren. De te hanteren parkeernorm is hiermee hoger dan de minimale parkeernorm voor woningen uit deze Nota.
Opgemerkt dient te worden dat de toets dubbelgebruik en de verrekening van de oude functie loods plaatsvinden met berekening naar aanwezigheidspercentages. Deze berekening is in rekenvoorbeeld C opgenomen.
Toets dubbelgebruik
De toets dubbelgebruik houdt het volgende in. De parkeernorm geeft aan wat de parkeerbehoefte van een functie is. Wanneer binnen een bouwontwikkeling meerdere functies worden gebouwd, vallen de pieken in parkeerbehoefte van die functies niet altijd op hetzelfde moment. Bij woningen is de parkeerbehoefte bijvoorbeeld op werkdagen in de avond en nacht maximaal. Bij een supermarkt of kantoor zal deze behoefte vooral overdag optreden. Het moment waarop alle gecombineerde functies tezamen een maximale parkeerbehoefte genereren wordt de maatgevende parkeerbehoefte genoemd. De maatgevende parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de aanwezigheidspercentages in bijlage 4.
De maatgevende parkeerbehoefte is lager dan de som van alle parkeerbehoeftes, van alle verschillende functies, binnen een bouwontwikkeling. Door de maatgevende parkeerbehoefte als uitgangspunt te hanteren wordt een efficiënter ruimtegebruik bevorderd. Binnen de systematiek van de maatgevende parkeerbehoefte wordt ervan uitgegaan dat de aanwezige parkeercapaciteit uitwisselbaar is (het zogeheten dubbelgebruik). Parkeercapaciteit die niet gebruikt kan worden voor dubbelgebruik (bijvoorbeeld omdat parkeerplaatsen exclusief bij een woning verkocht worden) worden buiten beschouwing gelaten binnen de berekening van de maatgevende parkeerbehoefte.
Rekening houden met de oorspronkelijke situatie
Bij verbouw en functiewijziging wordt rekening gehouden met de normatieve parkeerbehoefte van de oorspronkelijke situatie. Het uitgangspunt hierbij is dat de parkeerbehoefte van het laatste legale gebruik van de oorspronkelijke situatie - voor zover die parkeerbehoefte werd gefaciliteerd in het openbare parkeerareaal - negatief wordt opgenomen bij de te berekenen parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheidspercentages die voor de oorspronkelijke functie golden. Voor ieder moment dat er een aanvullende parkeerbehoefte ontstaat, moet worden voorzien in de behoefte, zie rekenvoorbeeld C “bepaling parkeereis”. De parkeerbehoefte die in de oorspronkelijke situatie op eigen terrein werd gefaciliteerd, wordt buiten beschouwing gelaten.
Als een gebouw of terrein meer dan vijf jaar ongebruikt of ’tijdelijk’ gebruikt is gebleven, wordt de parkeerbehoefte van de bestaande situatie geacht nihil te zijn. De ooit beschikbare parkeerruimte zal dan immers door andere parkeerders in gebruik zijn genomen, waardoor de parkeerplaatsen niet meer beschikbaar zijn voor de nieuwe functie. Tijdelijk gebruik ter overbrugging van een permanent gebruik wordt (als het niet langer dan vijf jaar heeft geduurd) buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het laatste legale gebruik. Het is ter beoordeling van de gemeente of er sprake is geweest van tijdelijk gebruik.
Afronden
De berekende parkeerbehoefte wordt tussentijds niet afgerond. Pas bij het bepalen van de parkeereis wordt het aantal parkeerplaatsen cijfermatig naar boven afgerond op hele parkeerplaatsen.
Rekenvoorbeeld C: bepaling parkeereis na toets dubbelgebruik en verrekening oude functie
In de onderstaande tabel zijn de aanwezigheidspercentages per moment van de week voor de drie categorieën weergegeven.
In de onderstaande tabel is de parkeereis per moment van de week weergegeven met de toets dubbelgebruik en verrekening oude functie.
In dit voorbeeld is de zondagmiddag het maatgevende moment met een parkeerbehoefte van (afgerond) 112 parkeerplaatsen.
Omrekenfactoren bij parkeerruimte op eigen terrein
Bij grondgebonden woningen is vaak parkeerruimte op eigen terrein aanwezig, in de vorm van een garage, oprit of carport. Omdat deze voorzieningen niet altijd voor parkeren gebruikt worden, telt niet het volledig aantal parkeerplaatsen mee voor het bepalen van de parkeercapaciteit. In bijlage 6 zijn omrekenfactoren opgenomen waarmee het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein gecorrigeerd wordt naar de werkelijke parkeercapaciteit.
In gereguleerd gebied kan worden afgedwongen dat niet zal worden uitgeweken naar de openbare weg. In gereguleerd gebied zijn deze omrekenfactoren daarom niet van toepassing en wordt de bouwontwikkeling beoordeeld op basis van het theoretisch aantal beschikbare parkeerplaatsen.
Rekenvoorbeeld D: aanbod voor parkeerbehoefte op eigen terrein
In het voorbeeld hebben 30 woningen (> 130 m2) een garage met een oprit van 8 meter. Hier kunnen twee auto’s op eigen terrein geparkeerd worden. De woningen zijn gelegen buiten het gereguleerde gebied. Door de omrekenfactor dient hier gerekend te worden met een parkeercapaciteit van 1 parkeerplaats per woning, dus in totaal 30 parkeerplaatsen.
In totaal worden er 30 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. De adressen waaraan deze parkeerplaatsen worden toegekend (in dit voorbeeld 1 parkeerplaats op eigen terrein per woning) worden op het POET-overzicht geplaatst voor uitsluiting van de eerste bewonersvergunning (1 parkeerplaats).
Ter vergelijking: had deze bouwontwikkeling binnen het gereguleerde gebied gelegen, dan zou sprake zijn van 2 parkeerplaatsen op eigen terrein per woning. Dus totaal 60 parkeerplaatsen. Alle adressen hebben dan de volledige parkeereis op eigen terrein opgelost, waardoor de adressen op het POET-overzicht geplaatst worden met volledige uitsluiting van alle bewonersparkeervergunningen en de bezoekersvergunning.
POET-overzicht
De adressen die behoren tot de bouwontwikkeling waarvan het parkeren op eigen terrein wordt gerealiseerd worden opgenomen in het POET-overzicht. Aan deze adressen worden nimmer vergunningen of ontheffingen voor parkeren in het openbaar gebied verstrekt.
Kiss & Ride
Indien een kinderdagverblijf of basisschool onderdeel van de bouwontwikkeling is, geldt hetgeen in paragraaf 3.2 met betrekking tot Kiss & Ride is opgenomen. Het aanwijzen van een Kiss & Ride plaats gebeurt conform art. 12 BABW met een verkeersbesluit.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Beleidsregels vaststelling parkeereis
Onderdeel van Nota Parkeernormen 2018 – update 2021 Auto- en fietsparkeren bij bouwontwikkelingen