2.5.1Inleiding
De mogelijkheden voor hergebruik van grond uit de gemeenten van de regio Achterhoek (zie § 2.4) met de ontgravingskwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘Wonen’ worden vergroot door gebiedsspecifiek beleid op te stellen. Het Besluit bodemkwaliteit staat toe dat in relatief schone gebieden, gebiedseigen grond mag worden toegepast met bijvoorbeeld de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ of ‘Wonen’. Voor deze gebieden worden zogenaamde Lokale Maximale Waarden vastgesteld. Met het gebiedsspecifieke beleid wordt voorkomen dat de gemeenten en derden onnodig hoge kosten moeten maken voor de afvoer van grond met de kwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘Wonen’.
Het generieke kader van het Besluit staat deze verslechtering niet toe. Alleen met gebiedsspecifiek beleid mag lokale verslechtering plaatsvinden. In de hierna volgende paragrafen worden de verschillende Lokale Maximale Waarden gedefinieerd. Ten slotte zijn strengere Lokale Maximale Waarden vastgesteld voor het toepassen van grond op terreinen met een gevoelig bodemgebruik.
De in de hierna volgende paragrafen vastgestelde Lokale Maximale Waarden gelden niet voor grond van buiten het bodembeheergebied én van gebieden waarvan de bodemkwaliteitskaart niet is geaccepteerd als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond (zie ook § 2.4 en § 2.9). Uitzondering hierop vormen de Lokale Maximale Waarden die strenger zijn vastgesteld dan het generieke beleid van het Besluit:
- - Toepassen van grond in het noordelijk industrieterrein De Mars (§ 2.5.7).
- - Toepassen grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en (§ 2.5.9).
2.5.2Lokale Maximale Waarden kwaliteitsklasse Industrie én toepassen grond ter plaatse van én hergebruik grond uit geasfalteerde gemeentelijke wegen in het buitengebied incl. bermen (bodemlaag 0-2 m-mv)
In de gemeenten vindt onderhoud aan wegen en onverharde bermen plaats. Met wegen en bermen wordt bedoeld rijkswegen, provinciale wegen, spoorwegen, geasfalteerde wegen in het buitengebied inclusief onverharde bermen die in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ vallen. In bijlage 1 onder het kopje ‘Onverharde wegbermen’ is een nadere omschrijving gegeven.
De betreffende wegen incl. bermen zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart; onder andere vanwege depositie van uitlaatgassen (PAK, lood), de kwaliteit van het asfalt en funderingsmateriaal. De ongeroerde grond onder de wegen en bermen is niet uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.
Om hergebruik van grond ter plaatse en uit de asfaltverharde gemeentelijke wegen in het buitengebied incl. bermen te optimaliseren stellen de gemeenten de volgende regels: de grond uit de asfaltverharde gemeentelijke wegen in het buitengebied incl. bermen:
- - mag zonder aanvullend onderzoek uitsluitend worden toegepast in asfaltverharde gemeentelijke wegen in het buitengebied incl. bermen.
- - moet worden gekeurd als de toepassingslocatie anders is dan in asfaltverharde gemeentelijke wegen in het buitengebied incl. bermen vallend in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’. Afhankelijk van de keuringsresultaten kan de grond worden toegepast:
- - Als de grond voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ of beter, dan mag de grond worden toegepast op een locatie waar de vastgestelde kwaliteit voldoet aan de daar geldende toepassingseis.
- - Als één of meerdere gehalten in de grond de Maximale Waarden voor ‘Industrie’ overschrijden, maar de interventiewaarde wordt niet overschreden, dan moet de grond worden getransporteerd naar een erkende verwerker.
- - Als één of meer gehalten in de grond de interventiewaarde van de Wet bodembescherming overschrijdt, mag de grond niet worden toegepast en moet het spoor van de Wet bodembescherming worden gevolgd.
Vrijkomende grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ of beter, mag in de asfaltverharde gemeentelijke wegen in het buitengebied incl. bermen worden toegepast. Er treden geen risico’s op omdat grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ van gelijke of betere kwaliteit is dan de bodemfunctie van de ontvangende bodem; bodemfunctieklasse ‘Industrie’.
Bij hergebruik van grond ter plaatse van en uit asfaltverharde gemeentelijke wegen in het buitengebied incl. bermen gelden voor de bodemlaag 0-2 m-mv de volgende regels; de grond:
- - Mag zonder aanvullend onderzoek uitsluitend worden toegepast in asfaltverharde gemeentelijke wegen in het buitengebied incl. bermen.
- - Moet worden gekeurd als de toepassingslocatie anders is dan asfaltverharde gemeentelijke wegen in het buitengebied incl. bermen.
Vrijkomende grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse 'Industrie' mag in de asfaltverharde wegen in het buitengebied incl. bermen worden toegepast.
2.5.3Lokale Maximale Waarden kwaliteitsklasse Industrie (bodemlaag 0-2 m-mv)
Om de nu beperkte hergebruiksmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ te vergroten, staan de gemeenten de toepassing van grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ toe in de volgende aangewezen gebieden (zie de kaartbijlagen N5):
Gemeente Aalten
- - Bedrijventerrein Station Zuid in Aalten.
- - Voormalige vuilstort Ringweg/Koningsweg in Aalten.
- - Voormalige vuilstort Brüggenhütte in Dinxperlo (ten oosten van de RWZI aan de Anholtseweg).
Gemeente Zutphen
- - Noordwestelijk deel bedrijventerrein De Mars (voormalige stortplaats Fort de Pol) in Zutphen.
Gemeente Winterswijk
- - Vèèneslat Zuid in Winterwijk.
Alle gemeenten
- - Ter plaatse van (nieuw aan te leggen) gebieden met extensief bodemgebruik (bijvoorbeeld -toekomstige- industrie- en bedrijfsterreinen, of onder verharde wegen. De voorwaarden om gebruik te maken van deze Lokale Maximale Waarde in de gemeente zijn:
- - Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de toepassingslocatie is gelegen, neemt hierover een formeel besluit.
- - De betreffende toepassingslocatie wordt met voldoende detailniveau op kaart aangegeven en voor de toekomstige actualisatie van de bodemkwaliteitskaart doorgegeven aan de Omgevingsdienst Achterhoek.
- - De beslissing wordt vastgelegd in het gemeentelijke bodeminformatiesysteem.
NB.Ter plaatse van bedrijfswoningen in de aangegeven gebieden mag alleen grond worden toegepast die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’.
De kwaliteitsklasse ‘Industrie’ is gelijk aan de generieke Maximale Waarde van het bodemgebruik in deze gebieden (Industrie). Tezamen met de toepassingseis ter plaatse van bedrijfswoningen treden er hierdoor bij het huidige bodemgebruik geen risico's op.
De Lokale Maximale Waarde voor de volgende aangewezen gebieden is voor de bodemlaag 0-2 m-mv vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’:
Gemeente Aalten
- - Bedrijventerrein Station Zuid in Aalten.
- - Voormalige vuilstort Ringweg/Koningsweg in Aalten.
- - Voormalige vuilstort Brüggenhütte in Dinxperlo (ten oosten van de RWZI aan de Anhotseweg).
Gemeente Zutphen
- - Noordwestelijk deel bedrijventerrein De Mars (voormalige stortplaats Fort de Pol) in Zutphen.
Gemeente Winterswijk
- - Vèèneslat Zuid in Winterwijk.
Alle gemeenten
- - Ter plaatse van (nieuw aan te leggen) gebieden met extensief bodemgebruik (bijvoorbeeld -toekomstige- industrie- en bedrijfsterreinen, of onder verharde wegen. De voorwaarden om gebruik te maken van deze Lokale Maximale Waarde in de gemeente zijn:
- - Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de toepassingslocatie is gelegen, neemt hierover een formeel besluit.
- - De betreffende toepassingslocatie wordt met voldoende detailniveau op kaart aangegeven en voor de toekomstige actualisatie van de bodemkwaliteitskaart doorgegeven aan de Omgevingsdienst Achterhoek.
NB. Ter plaatse van bedrijfswoningen in de aangegeven gebieden mag alleen grond worden toegepast die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’.
2.5.4Lokale Maximale Waarden kwaliteitsklasse Wonen (gemeente Aalten; bodemlaag 0-2 m-mv)
Om de nu relatief beperkte hergebruiksmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ te vergroten, staat de gemeente Aalten toe dat in aangewezen gebieden met de bodemfunctie ‘Wonen’ of ‘Industrie’, grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ mag worden toegepast (zie de kaartbijlagen N5):
Gemeente Aalten
- - Locatie Kraaienboom ten zuiden van de Ringweg in het noordoosten van Aalten.
- - Plan Bekendijk aan de Roelvinkstraat in Bredevoort.
- - Locatie voormalig Slachthuis Dinex / gemeentewerf aan de Beggelderdijk in Dinxperlo.
De kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is gelijk aan de generieke Maximale Waarde van het bodemgebruik in deze gebieden (Wonen of Industrie). Hierdoor treden er bij het huidige bodemgebruik geen risico's op.
De Lokale Maximale Waarde kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemlaag 0-2 m-mv vastgesteld voor de volgende gebieden met de bodemfunctie ‘Wonen’ of ‘Industrie’:
Gemeente Aalten
- - Locatie Kraaienboom ten zuiden van de Ringweg in het noordoosten van Aalten.
- - Plan Bekendijk aan de Roelvinkstraat in Bredevoort.
- - Locatie voormalig Slachthuis Dinex / gemeentewerf aan de Beggelderdijk in Dinxperlo.
2.5.5Lokale Maximale Waarden hergebruik van nature arseenhoudende grond (bodemlaag 0-2 m-mv)
Achtergronden van nature arseenhoudende grond
Kenmerkend voor de gemeenten in de regio Achterhoek is het plaatselijk voorkomen van (sterk) verhoogde gehalten in de grond. De (sterk) verhoogde gehalten hebben een natuurlijke oorzaak, maar zijn veelal boven de hergebruiksnormen voor grond uit de Regeling en/of de al vastgestelde toepassingsnormen door de gemeente (uit de eerder opgestelde nota bodembeheer) gelegen. Dit zorgt ervoor dat grond uit de gemeenten van de regio Achterhoek niet kan worden hergebruikt binnen de gemeenten.
Verschillende normen voor arseen
In tabel 2.2 is een overzicht opgenomen voor de vigerende normen voor arseen, uitgesplitst naar de verschillende functies en gebruikstypen. In bijlage 5 is een onderbouwing gegeven van de in de tabel benoemde normen.
Tabel 2.2 Diverse arseennormen (in mg/kg ds) bij verschillende bodemfuncties.
Bodemfunctie
Ecologische risicowaarde
Humane risicowaarde
Toepassings-waarde generiek kader Besluit
Interventie-
waarde
Landbouw
20
430
20
76
Natuur
27
2.600
Groen met natuurwaarden (recreatie, sport, parken
27
2.600
Wonen met tuin
27
430
27
Plaatsen waar kinderen spelen
27
560
Moestuin/volkstuin
27
97
Ander groen, bebouwing, infrastructuur, industrie
76
2.600
76
Beleid hergebruik van nature arseenhoudende grond
De gemeenten, zijn van mening dat de generieke normen in de tabel te rigide zijn voor grond met van nature verhoogde arseenwaarden. Bovendien blijkt uit de tabel dat de normen op de ecologische risicowaarden zijn afgestemd, terwijl de humane risicowaarden vele malen hoger liggen. De gemeenten besluiten (onder de volgende voorwaarden) om het toepassen van grond met verhoogde arseengehalten toe te staan:
- - Bij het aantreffen van een ijzeroerlaag wordt de grond apart geplaatst en aanvullend onderzocht op het gehalte aan arseen. Het nemen van twee representatieve mengmonsters (elk 50 grepen) met een reguliere arseen-analyse is hiervoor voldoende.
- - Wanneer het gemiddelde arseengehalte gelijk is aan of lager is dan 430 mg/kg ds (standaardbodem; gehalte waarboven humane risico’s optreden bij het bodemgebruik ‘Wonen met tuin (en beperkte gewasconsumptie)’), dan mag de toepassing in de bodemlaag 0-2 m-mv plaatsvinden, mits voldaan wordt aan de (humane) risicowaarde. In de praktijk betekent dit dat de grond overal mag worden toegepast, behalve ter plaatse van moes-/volkstuinen.
- - Wanneer het gemiddelde arseengehalte van de onderzochte partij hoger is dan 430 mg/kg ds (standaardbodem; gehalte waarboven humane risico’s optreden bij het bodemgebruik ‘Wonen met tuin (en beperkte gewasconsumptie)’), is toepassing van de partij niet toegestaan en zal deze naar een erkende verwerker moeten worden afgevoerd.
Kleine partijen van nature arseenhoudende grond kunnen eventueel naar een erkende verwerker worden afgevoerd.
Bovenstaande voorwaarden zijn niet van toepassing als een partij grond verdacht wordt voor arseen als gevolg van menselijk handelen. Een voorbeeld hiervan is opgebracht vormzand afkomstig van ijzergieterijen.
2.5.6Lokale Maximale Waarden Noorderhaven-Spoorzone (bodemlaag 0-2 m-mv; gemeente Zutphen)
Op het zuidelijk deel van het bedrijventerrein De Mars in Zutphen, gelegen ten noorden van de spoorlijn Deventer-Arnhem, heeft een grootschalige herstructurering plaatsgevonden. Het is geschikt gemaakt voor woningbouw, centrumfunctie en kantoren. Deze wijziging is vastgelegd in het bestemmingsplan Noorderhaven. Bij deze herontwikkeling zijn de verschillende historische bodemverontreinigingen gesaneerd en is de bovengrond en ondergrond integraal geschikt gemaakt voor de toekomstige functies.
Als gevolg van deze grootschalige herontwikkeling met de bijbehorende ingrepen in de bodem is de bodemkwaliteitskaart aangepast aan de nieuwe situatie. In de nieuwe situatie is de bodemkwaliteit sterk verbeterd, van niet toepasbaar naar overwegend kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’. Plaatselijk kan nog grond met de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ aanwezig zijn. De gemeente Zutphen wil deze gerealiseerde goede bodemkwaliteit, ook naar de toekomst toe, blijven borgen voor dit gebied en op termijn verbeteren. Dit betekent het volgende voor het gebied Noorderhaven-Spoorzone:
- - Vrijkomende grond uit dit gebied die in de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ of ‘Wonen’ valt, mag vrij worden hergebruikt binnen het eigen plangebied. De toepassingseis is daardoor gelijk aan het huidige gebruik (‘Wonen’).
- - Voor grond van buiten het plangebied geldt dat gestreefd wordt naar een kwaliteitsverbetering. De toepassingseis voor de grond is aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’.
De Lokale Maximale Waarden voor het gebied Noorderhaven-Spoorzone is voor de bodemlaag 0-2 m-mv als volgt vastgesteld:
- - Vrijkomende grond van dit gebied die in de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ of ‘Wonen’ valt, mag vrij worden hergebruikt binnen het eigen plangebied. De toepassingseis is daardoor gelijk aan het huidige gebruik (‘Wonen’).
- - Voor grond van buiten het plangebied geldt dat gestreefd wordt naar een kwaliteitsverbetering. De toepassingseis voor de grond is aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’.
2.5.7Lokale Maximale Waarden noordelijk industrieterrein De Mars (bodemlaag 0-2 m-mv; gemeente Zutphen)
Op het noordelijke deel van Industrieterrein De Mars zijn bedrijven en industrieën gevestigd. Als gevolg hiervan is de bodem belast meet meerdere stoffen die (in het verleden) zijn gebruikt bij de bedrijfsactiviteiten. Als gevolg van deze bodemverontreiniging moeten historische verontreiniging (bij herontwikkeling) worden gesaneerd. De uit te voeren bodemsanering moet kosten effectief en functiegericht worden uitgevoerd. Bij de functiegerichte sanering wordt aangesloten bij de toekomstige functie van locatie waar de herontwikkeling plaatsvindt. Dit geldt ook voor het toepassen van grond op de locatie die worden herontwikkeld.
De Lokale Maximale Waarden voor locaties die worden herontwikkeld op het noordelijk industrieterrein De Mars sluiten voor de bodemlaag 0-2 m-mv aan op de toekomstige functie van de locatie: Industrie, Wonen of Overig.
2.5.8Lokale Maximale Waarden kwaliteitsklasse Industrie (alleen als gevolg van bestrijdingsmiddelen) in én toepassen grond uit de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ in hetzelfde gebied (bodemlaag 0-2 m-mv)
In de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ (bijvoorbeeld boomgaard- en fruitteeltpercelen of sportvelden in de periode 1945-2000[13], zie de website www.topotijdreis.nl) is vastgesteld dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten van bestrijdingsmiddelen voor komen. Deze verhoogde gehalten zorgen ervoor dat de grond in de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ valt. Dit heeft te maken dat bij een aantal individuele bestrijdingsmiddelen de maximale waarde voor de functie Wonen gelijk is gesteld aan de Achtergrondwaarde (AW2000, Landbouw/natuur).
Voor het duurzame bodemgebruik in deze bodemkwaliteitszone zijn de risico's van mens en milieu van belang. Uit een risicobeoordeling van een vergelijkbare situatie in de regio Zuidoost-Utrecht8Nota bodembeheer, grondstromenbeleid regio Zuidoost-Utrecht, Milieudienst Zuidoost-Utrecht, oktober 2011. is gebleken dat de toetsingsnorm voor eventuele risico's voor mens en milieu bij bestrijdingsmiddelen de interventiewaarden zijn. Zo lang in de grond de gehalten van bestrijdingsmiddelen de interventiewaarden niet overschrijden, en de eventuele voedselprodukten voldoen aan de Warenwet, zijn er geen risico's. Op de ‘gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ zijn de maximaal gemeten waarden van bestrijdingsmiddelen ruim onder de interventiewaarden vastgesteld (factor 2 tot 2.297). De maximale waarden voor Industrie van bestrijdingsmiddelen liggen een factor 1 tot 40 lager dan de interventiewaarden.
De gemeenten willen de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ (alleen als gevolg van bestrijdingsmiddelen) uit de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ vergroten. Vanwege het ontbreken van risico’s voor mens en milieu staan de gemeenten toe dat in de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ (alleen als gevolg van bestrijdingsmiddelen) mag worden toegepast.
Uitwerking gebiedsspecifiek beleid: toepassen grond uit de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ in de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’
De uitwerking van het gebiedsspecifiek beleid in de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ is als volgt: Als het voornemen bestaat om vrijkomende grond uit de bovengrond van de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ weer in de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ te hergebruiken, moet voorafgaand aan het ontgraven altijd een indicatief onderzoek worden uitgevoerd volgens een passende strategie uit de NEN 5740[17]. Afhankelijk van de onderzoeksresultaten mag de grond als volgt worden toegepast:
- - Kwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000): de grond mag overal worden toegepast.
- - Kwaliteitsklasse Wonen: de grond mag worden toegepast in gebieden waar de toepassingseis de kwaliteitsklasse Wonen is (zie de kaartbijlagen N5).
- - Kwaliteitsklasse Industrie:
- - de grond mag worden toegepast in gebieden waar de toepassingseis de kwaliteitsklasse Industrie is (zie de kaartbijlagen N5).
- - de grond mag worden toegepast in de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ met de bodemfunctie ‘Landbouw/natuur’ of ‘Industrie’ als alle stoffen voldoen aan de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur met uitzondering van organochloorbestrijdingsmiddelen, die mogen voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘Industrie’.
- - Kwaliteitsklasse Niet toepasbaar: de grond moet worden afgevoerd naar een erkende verwerker.
De initiatiefnemer van het grondverzet moet met een historisch onderzoek aantonen dat de ontgravings- én toepassingslocatie onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’.
De Lokale Maximale Waarde in de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ is voor de bodemlaag 0-2 m-mv vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ (alleen als gevolg van bestrijdingsmiddelen).
Vrijkomende grond uit de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ moet altijd indicatief worden onderzocht volgens een passende strategie uit de NEN 5740.
Afhankelijk van de onderzoeksresultaten mag de grond in de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ worden toegepast.
De initiatiefnemer van het grondverzet moet met een historisch onderzoek aantonen dat de ontgravings- én toepassingslocatie onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’.
2.5.9Lokale Maximale Waarden toepassen grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en (bodemlaag 0-2 m-mv)
In sommige gebieden is het toegestaan om grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ toe te passen. De gemeenten stellen daarentegen bij onverharde kinderspeelplaatsen9Hieronder wordt verstaan: openbare kinderspeelplaatsen, speelplaatsen bij scholen, speelplaatsen bij (particuliere) kinderopvanginstellingen., en moes- /volkstuin(complex)en strengere eisen als daar grond wordt toegepast. Dit om bij het (toekomstig) bodemgebruik eventuele risico’s uit te sluiten.
Binnen de gemeenten moet de grond die wordt toegepast op bestaande onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en, bijvoorbeeld bij herinrichting of renovatiewerkzaamheden, voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000)’.
De nieuw aan te leggen onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en moeten worden voorzien van een minimaal 1,0 meter dikke deklaag waarvan de kwaliteit voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000)’.
De kwaliteit van de toe te passen grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000)’ moet worden aangetoond met een partijkeuring. Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 2.6 en § 2.7).
De Lokale Maximale Waarde voor kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en, bijvoorbeeld bij herinrichting of renovatiewerkzaamheden, is voor de bodemlaag 0-2 m-mv vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde – AW2000’.
De nieuw aan te leggen kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en moeten zijn voorzien van een minimaal 1,0 meter dikke deklaag waarvan de kwaliteit voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde – AW2000’’.
Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 2.6 en § 2.7).
2.5.10Lokale Maximale Waarden betere bovenafdichting oude stortplaatsen (uitgezonderd stortplaatsen met gevoelig bodemgebruik)
Op de grondgebieden van de gemeenten bevinden zich een aantal voormalige stortplaatsen. De bovenafdichting van een deel van deze stortplaatsen is of wordt in de toekomst mogelijk onvoldoende.
Het toepassen van grond “als bovenafdichting voor een stortplaats met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor mens, plant of dier als gevolg van contact met het onderliggende materiaal” wordt binnen het Besluit als een nuttige toepassing gezien (artikel 35 onderdeel d). De toe te passen grond moet voldoen aan het (toekomstige) bodemgebruik.
De gemeenten willen de mogelijkheden voor het nuttig toepassen van vrijgekomen grond met de kwaliteitsklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ vergroten door deze toe te passen op stortplaatsen waar de bovenafdichting onvoldoende is. Omdat de stortplaatsen in het buitengebied en in woongebieden zijn gelegen, voldoet de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’ niet altijd aan de toepassingseis ter plaatse (in de regel ‘Wonen’ of ‘Achtergrondwaarden - AW2000’). Daarom stellen de gemeenten voor het toepassen van grond voor een betere bovenafdichting van oude stortplaatsen (uitgezonderd stortplaatsen waarop gevoelig bodemgebruik10Hieronder wordt verstaan: wonen met tuin, onverharde recreatiegebieden en kinderspeelplaatsen (zoals bijvoorbeeld openbare kinderspeelplaatsen, speelplaatsen bij scholen, speelplaatsen bij -particuliere- kinderopvanginstellingen), intensief gebruikt openbaar groen (zoals bijvoorbeeld parken en plantsoenen, moes- en volkstuincomplexen. plaatsvindt) onder de volgende voorwaarden Lokale Maximale Waarden vast:
Alleen voor oude stortplaatsen waarvan de bovenafdichting onvoldoende is, mag grond met maximaal de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’ worden gebruikt ter verbetering (het voldoende op dikte brengen) van de bovenafdichting. Grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’ mag worden gebruikt alleen in combinatie met het aanbrengen van een minimaal 0,5 meter dikke afdeklaag. De kwaliteit van de afdeklaag moet voldoen aan de gemeentelijke toepassingseis voor hergebruik van grond van het gebied waarin de stortplaats ligt.
De Lokale Maximale Waarde voor een betere bovenafdichting van oude stortplaatsen is vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’. Onder voorwaarde dat daarboven een minimaal 0,5 meter dikke afdeklaag wordt aangebracht. De kwaliteit van de afdeklaag moet voldoen aan de gemeentelijke toepassingseis van het gebied waarin de stortplaats ligt.
2.5.11Toepassen van PFAS-houdende grond bij de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of Industrie’
Definiëren toepassingswaarden PFAS-verbindingen in de grond
Uit onderzoeken is gebleken dat in de bodem van de gemeenten over het algemeen zeer licht verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen voorkomen. Om deze reden stellen de gemeenten de regel dat in de toe te passen grond geen gehalten aan PFAS-verbindingen hoger dan de landelijke achtergrondwaarden mag bevatten is, voor gebieden met de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ op basis van andere stoffen. Voor de gebieden waar de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Industrie’ geldt, op basis van de andere stoffen, zijn de PFAS-toepassingsnormen van toepassing uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie[18]. In het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie zijn ook de landelijke achtergrondwaarden zijn momenteel opgenomen. De landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-verbindingen worden naar verwachting in 2021 in de Regeling bodemkwaliteit opgenomen. De Regeling bodemkwaliteit blijft na inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht.
Voor het toepassen van PFAS-houdende grond in waterwin- en grondwaterbeschermings-gebieden volgen de gemeenten de eisen die volgen uit de provinciale milieuverordening[19].
De toepassingswaarden voor het toepassen van PFAS-houdende grond is, voor gebieden met de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ op basis van andere stoffen, vastgesteld op de landelijke achtergrondwaarden. Voor de gebieden waar de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Industrie’ geldt, op basis van de andere stoffen, zijn de PFAS-toepassingsnormen van toepassing uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.
Toekomstige bijstelling van de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en (toepassings)waarden voor PFAS-houdende grond
Tot en met 2020 wordt er nog veel onderzoek gedaan naar PFAS-verbindingen (bijvoorbeeld naar mobiliteit, uitloging, bioaccumulatie en gedrag in grondwater) en worden er landelijk veel meetgegevens door het RIVM verzameld. Op basis van deze onderzoeken en meetgegevens worden interventiewaarden gedefinieerd en worden mogelijk de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en toepassingswaarden voor PFAS-verbindingen aangepast.
Als interventiewaarden worden gedefinieerd, volgen de gemeenten de landelijke normen.
Als de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en/of toepassingswaarden voor PFAS-houdende grond worden gewijzigd, evalueren de gemeenten deze met de in deze nota bodembeheer gedefinieerde Lokale Maximale Waarden en regionale toepassingswaarden voor hergebruik van PFAS-houdende grond. Indien van toepassing worden de regionale toepassingswaarden gewijzigd en bestuurlijk vastgesteld.