In het kort: lasten én lusten
De gemeente Buren wil inwoners en anderen naast lasten ook mee laten delen in de financiële ‘lusten’ van de opwekking van duurzame energie. Dit noemen we ‘lokaal rendement’. Een ontwikkelaar van een groot duurzaam energieproject moet daarom streven naar 50% lokaal eigenaarschap, vergoedingen regelen voor omwonenden en een bijdrage leveren aan het ‘Omgevingsfonds duurzame energie Buren’. Uit dat fonds worden per duurzaam energieproject voorstellen gefinancierd om de leefkwaliteit te verbeteren.
Lokaal eigendom
In het landelijk Klimaatakkoord is als uitgangspunt opgenomen dat er voor de grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit op land gestreefd wordt naar minimaal 50% lokaal eigendom. Deze ambitie staat ook in de Klimaatvisie Buren. Hierbij is het doel dat de opbrengsten van duurzame energie ook ten goede komen aan de samenleving in Buren. We noemen dit ‘lokaal rendement’. Daaronder valt ook een goede en ruimhartige beperking (door maatregelen) en compensatie van hinder.
Wat is 50% lokaal eigendom?
Het is belangrijk om per project af te spreken wat verstaan wordt onder 50% lokaal eigendom. Gaat het om eigendom na oplevering of gaat het ook over mee ontwikkelen? Het laatste betekent meer risico, maar ook meer zeggenschap en (bij realisatie) meer opbrengst voor de omgeving. Mag het een lokaal bedrijf zijn of een coöperatie van grondeigenaren, of moet er ook een écht stevig aandeel zijn voor burgers, al dan niet via een coöperatie? De initiatiefnemer werkt dit in Buren uit in het participatieplan in samenspraak met partijen uit de samenleving. Uitgangspunt is dat inwoners deel kunnen nemen in een of andere vorm, maar dat bedrijven ook welkom zijn om financieel te participeren.
Beoordeling participatieplan
Het college beoordeelt aan de hand van het door een initiatiefnemer ingediend participatieplan, voorafgaand aan de aanvraag van een vergunning, of het proces rondom lokaal eigendom goed verloopt en of de omgeving daarbij voldoende betrokken wordt. Daarvoor wordt de gedragscode-plus uit hoofdstuk 4 gebruikt. Dit sluit aan bij de aankomende Omgevingswet waar een ‘omgevingsdialoog’ onderdeel is van het planproces.
Als bij een initiatief het lokaal eigendom onder de 50% blijft, kan bij een aantoonbare inspanning van de initiatiefnemer het college gemotiveerd besluiten toch medewerking te verlenen. In dat geval zal de initiatiefnemer een grotere afdracht doen aan het Omgevingsfonds. Deze extra afdracht is vergelijkbaar met de jaarlijks verwachte opbrengst, die niet wordt uitgekeerd, omdat de participatie beneden de 50% blijft.
Basisuitgangspunten
Dit participatiekader hanteert drie basisuitgangspunten voor ‘lokaal rendement’:
1. Maatwerk per project is mogelijk, draagvlak een vereiste.
Maatwerk binnen dit participatiekader per project is mogelijk, afhankelijk van kenmerken van dat project. Met name voor vergoedingen is de hoogte van een redelijke vergoeding afhankelijk van de aard en het type project: zon of wind, omvang van het project, locatie e.a. Aantoonbaar draagvlak voor de regeling die de initiatiefnemer ontwerpt is vereist voordat deze wordt vastgelegd in het participatieplan, dat vastgesteld wordt door het college.
2. Een uitvoerbare regeling die duidelijk is voor een breed publiek.
In diverse gemeenten zijn complexe regelingen ontstaan met een groot aantal soorten vergoedingen, zoneringen en complexe organisatievormen. In Buren ontwerpt de initiatiefnemer een eenvoudige regeling voor lokaal rendement op basis van onderstaande driedeling in ‘lokaal eigendom’, ‘vergoedingen’ en een bijdrage aan een ‘Omgevingsfonds duurzame energie Buren’.
3. Zwaarste lasten, dan ook meeste lusten.
Niet elke vorm van lokaal rendement is beschikbaar voor elke inwoner in Buren. De reden daarvoor is dat het uitgangspunt is, dat degene die meer nadeel ondervindt van een duurzaam energieproject, daar ook meer de vruchten van moet kunnen plukken.
Lokaal rendement
In Buren gaan we daarom uit van drie vormen van lokaal rendement. Per vorm staan de kaders hieronder uitgewerkt.
1. Lokaal eigendom: iedereen in Buren kan profiteren.
De Rijksoverheid subsidieert duurzame energieprojecten in de vorm van SDE++ subsidie. Daar betaalt elke inwoner, ondernemer en organisatie in Buren ook aan mee via de eigen energierekening (ODE: opslag duurzame energie). Door financiële participatie in projecten in Buren kan men dit ‘terugverdienen’. Iedereen in Buren kan hier aan deelnemen.
Uitwerking van ‘lokaal eigendom’:
Initiatiefnemer stelt 50% van de investering open voor lokaal rendement en nodigt alle partijen uit de samenleving in Buren, meermaals en via diverse media en bijeenkomsten, uit om financieel te participeren. Daarbij worden ook de risico’s aangegeven van financiële participatie.
De deelname wordt beperkt tot een per project aan te geven maximum per deelnemer, zodat iedereen in Buren de kans krijgt financieel te participeren. Om te zorgen dat iedereen mee kan doen, wordt een ‘reservelijst’ gebruikt voor grote participaties van meer dan € 10.000 per adres.
Initiatiefnemer onderzoekt hoe een energiecoöperatie een rol kan vervullen als mede-eigenaar en/of partij die inwoners en anderen betrekt bij financiële participatie.
2. Vergoedingen: meer nadeel, dan meer profijt voor omwonenden en grondeigenaren.
Degenen die het meeste nadeel of overlast kunnen ervaren van een duurzaam energieproject dienen daar ook financieel het meeste van te kunnen profiteren. Daarom komen vergoedingen beschikbaar voor omwonenden en grondeigenaren en pachters. Zij kunnen daarnaast ook profiteren in de vorm van ‘lokaal eigendom’ (zie ad 1).
Richtlijnen bij de uitwerking van vergoedingen met ‘meer nadeel, dan meer profijt’ die de initiatiefnemer in het participatieplan uitwerkt:
Nadruk op werkelijke schade en overlast: vergoedingen worden gebaseerd op (maatregelen tegen) overlast en inkomensschade. Deze kunnen ook eenmalig zijn, bijvoorbeeld vergoeding van kosten van zonwering (rolluiken, aanplant heg e.d.) in geval van slagschaduw. Daarbij wordt gezocht naar een redelijk evenwicht tussen de vergoedingen aan ‘omwonenden’ en aan ‘grondeigenaren’ inclusief pachters.
Omwonenden en grondeigenaren bevinden zich in de zone binnen 1 kilometer in vogelvlucht vanaf de voet van een windmolen. De initiatiefnemer sluit overeenkomsten met partijen die voor een vergoeding in aanmerking komen en verzorgt de vergoedingen.
Daarnaast is er een ruimere zone van tussen de 1 en 5 kilometer voor grootschalige windprojecten. Omwonenden en ondernemers in dit gebied kunnen met voorrang deelnemen aan ‘lokaal eigendom’ (zie ad 1), na de omwonenden in de 1-kilometerzone.
Voor zonnevelden (zeker voor kleinere) is maatwerk gepast, omdat hinder meestal beperkter is en voor een kleiner gebied geldt. Het college besluit over dit maatwerk. Dat gebeurt in samenspraak met omwonenden bij de ruimtelijke inpassingsprocedure van grondgebonden zonneparken. Vergoeding van planschade op basis van de wet kan hierbij ook een rol spelen.
De initiatiefnemer vergoedt wettelijke planschade of andere wettelijke vergoedingen.
3. Omgevingsfonds duurzame energie Buren: lokale zeggenschap.
Er wordt een ‘Omgevingsfonds duurzame energie Buren’ opgericht. Uitgangspunten voor het ‘Omgevingsfonds duurzame energie Buren’ zijn:
Initiatiefnemer stort jaarlijks € 1 per MWh in het Omgevingsfonds. Dit geldt niet voor kleine projecten waar dit bedrag minder dan € 500 bedraagt.
Het fonds financiert per duurzaam energieproject voorstellen van omwonenden en anderen met als doel de leefbaarheid en leefkwaliteit binnen de genoemde 5-kilometerzone te verbeteren. Dit is een compensatie van aantasting van landschap en ander nadeel. De vergoedingen (zie ad 2) worden niet uit het Omgevingsfonds betaald.
Wanneer de storting in het fonds door een project meer dan € 25.000 per jaar is, komen ook projecten ten behoeve van de leefbaarheid elders in Buren in aanmerking voor financiering uit het fonds.
Indien het fonds meer dan € 50.000 per jaar ontvangt, wordt de helft van de meeropbrengst gebruikt voor duurzame energieprojecten waar iedereen in Buren van kan profiteren. Daarbij wordt aandacht besteed aan voordeel voor minima die geen of nauwelijks financiële armslag hebben om financieel te participeren.
Het fonds wordt beheerd door een stichting met in het bestuur inwoners, ondernemers en organisaties. Hierbij is sprake van lokaal zeggenschap en is de rol van de gemeente die van ‘overheidsparticipatie’.
Het college bereid de oprichting van een ‘Stichting Omgevingsfonds duurzame energie Buren’ voor inclusief de daarvoor benodigde staturen. De Stichting rapporteert jaarlijks aan de gemeente.
Het bovenstaande kan als volgt worden samengevat:
Lokaal rendement Buren duurzame energie
Lokaal eigendom
Vergoedingen
Omgevingsfonds Buren
Grondeigena-ren/pachters
Direct omwonenden
Voor
Wie?
Iedere inwoner, ondernemer en organisatie in Buren
1 km zone
1 km zone
Projecten in 5 km zone, hele gemeente (meer dan € 20.000 per jaar)
Artikel 5.
Lokaal rendement: financiële participatie
Onderdeel van Participatiekader Duurzame Energie, Buren, mei 2021