In het kort
Wanneer een initiatief de eerste twee stappen van de routekaart uit hoofdstuk 2 heeft doorlopen, volgt de fase van juridische procedures en besluitvorming. Inspraak bij bestemmingsplanprocedures en vergunningverlening is wettelijk geregeld. De wet regelt het indienen van zienswijzen, bezwaar en beroep. Ook is wettelijk geregeld wanneer een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is.
Buren vindt participatie die verder gaat dan deze inspraak belangrijk. Daarom wordt aanvullend op de wettelijke eisen de omgeving extra betrokken.
Inspraak
De participatie kan naast en aanvullend op wettelijke inspraakmogelijkheden plaatsvinden. Bij de aanleg van een wind- of zonnepark kan onder andere een m.e.r., een bestemmingsplanprocedure en vergunningverlening aan de orde zijn. Wettelijk is daarbij inspraak geregeld in de vorm van ‘zienswijzen’, bezwaar en beroep. We noemen dit inspraak, omdat wettelijk geregeld is welke rechten inwoners en anderen hebben om hun bezwaren in te dienen. Bij grotere windmolenprojecten is de provincie bevoegd gezag voor het opstellen van een ruimtelijk inpassingsplan (Provinciale Staten) en het verlenen van een omgevingsvergunning (Gedeputeerde Staten).
Hierna is kort uitgewerkt hoe in Buren naast wettelijke inspraak ook niet-wettelijk verplichte mogelijkheden geboden worden om te participeren. In het schema is dit samengevat.
Inspraak en participatie vergunningverlening Buren
bestemmingsplan
m.e.r.
vergunningen
Inspraak wettelijk:
Inspraakreactie, zienswijze, bezwaar, beroep
Inspraak wettelijk:
Zienswijze
Inspraak wettelijk:
Zienswijze
Extra participatie Buren
Overleg met omwonenden over randvoorwaarden plan.
Extra participatie Buren
Vooroverleg met omgeving.
Goede communicatie tijdens uitvoering onderzoek.
Verantwoording over eindrapport.
Extra participatie Buren
Overleg met omwonenden voor aanvraag vergunning.
Overleg met omwonenden over maatwerkvoorschriften.
4.1 Bestemmingsplan
Een bestemmingsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld, een inpassingsplan op provinciaal niveau door provinciale staten. Een inpassingsplan heeft dezelfde status, inhoud en opbouw als een bestemmingsplan. Voor windparken is meestal (groter dan 5 MW) de provincie het bevoegd gezag. Provinciale Staten zijn bevoegd om het inpassingsplan vast te stellen en gedeputeerde staten zijn bevoegd om de omgevingsvergunningen te verlenen.
In een bestemmings- of inpassingsplan staan de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een locatie. Leidend criterium daarbij is ‘een goede ruimtelijke ordening’. Bij de verlening van een omgevingsvergunning (voor bouwen) wordt aan het bestemmings- of inpassingsplan getoetst.
Als een zonneweide niet past in het bestemmingsplan, dan kan een ‘omgevingsvergunning afwijken’ verleend worden. Dit is een besluit van bevoegd gezag (de gemeente). Het moet dan passen in het gemeentelijk beleid. Bij een 'omgevingsvergunning afwijken' moet er een ruimtelijke onderbouwing worden gemaakt. Hierin wordt onderbouwd of de zonneweide past op de locatie.
De wettelijke inspraak bestaat uit de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen en vervolgens bezwaar en beroep.
Participatie bestemmingsplanprocedure
Een bestemmings- of inpassingsplan wordt in Buren ingezet als een participatie-instrument doordat naast de wettelijke mogelijkheden voor inspraak (zienswijze, bezwaar en beroep) in het voortraject in samenspraak met de omgeving – via een klankbordgroep/adviesgroep of ontwerpateliers – de randvoorwaarden voor het plan worden vastgelegd. Via zienswijzen tegen het ontwerpplan kunnen de daarin gemaakte ruimtelijke keuzes worden getoetst en bijgesteld.
4.2 Milieueffectrapportage (m.e.r.)
Op basis van de locatie- en projectkenmerken, zoals het aantal windmolens, wordt bepaald of een project- Milieu Effect Rapport (MER) vereist is. Windparken zijn dus niet altijd MER-plichtig en voor zonneparken is dat nooit het geval. Als het de verwachting is dat een project-MER opgesteld moet worden, dan kan het tijdwinst opleveren om de voorafgaande stap van de m.e.r.-beoordeling over te slaan en een ‘vrijwillig’ project-MER op te stellen.
In een MER worden de effecten van verschillende inrichtingsvarianten van een windpark tegen elkaar afgewogen. Het opstellen van een MER kan vereist zijn, voordat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. In een MER voor windparken wordt bijvoorbeeld gekeken naar de effecten op vogels, vleermuizen, geluid, risicozonering, slagschaduw, gezondheid, radar en vliegveiligheid. Het MER moet onder meer de voorgenomen activiteit en alternatieven onderzoeken, de relevante plannen en besluiten, de huidige situatie en de te verwachten ontwikkelingen, mitigerende (en compenserende) maatregelen en informatie over de leemten in kennis. Het opstellen van het project-MER komt voor rekening van de initiatiefnemer. De wettelijke inspraak bestaat uit het indienen van een zienswijze op het voornemen en een zienswijze op het MER-rapport.
Participatie m.e.r.
Een MER wordt in Buren als participatie-instrument gebruikt door:
In het voortraject (via een klankbordgroep, ontwerpateliers of anderszins) de scope van de MER met de omgeving te bepalen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Daarin wordt aangegeven welke milieuaspecten op welke wijze worden onderzocht en op basis van welke criteria en uitgangspunten keuzes worden gemaakt;
Vooraf goed te communiceren over de MER-procedure. Daarbij wordt aangegeven hoe de inbreng van de omgeving verwerkt is in het proces en de opzet van het MER-rapport;
Na het opstellen van een MER een bijeenkomst te organiseren om verantwoording af te leggen over en om verslag te doen van het proces en de uitkomsten van het MER. Tijdens het onderzoek zal communicatie de omgeving over de voortgang plaatsvinden.
4.3 Vergunningverlening
Voor een windpark zijn verschillende vergunningen nodig (zie ook bijlage V). Een aantal van deze vergunningen is een omgevingsvergunning in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In het kader van de vergunningverlening en de overige besluitvorming kan een coördinatieregeling worden toegepast.
Voor windparken gelden op grond van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling algemene milieuregels, bijvoorbeeld voor geluidhinder, slagschaduw en hinder door lichtschittering. Deze algemene regels, zijn niet altijd en voor elke situaties passend en kunnen worden aangepast. Daarom kunnen maatwerkvoorschriften worden opgelegd. Een maatwerkvoorschrift kan bijvoorbeeld worden opgelegd als de geluidsproductie van verschillende windturbines samen leidt tot een hogere geluidsbelasting op de gevels van gevoelige gebouwen dan wenselijk is. Het bevoegd gezag kan op grond van het Activiteitenbesluit een andere geluidsnorm voorschrijven. Ook regelt de Activiteitenregeling de bevoegdheid tot het opleggen van strengere eisen vanwege slagschaduw en lichtschittering. Tegen het verlenen van een vergunning kan wettelijk bezwaar worden ingediend en beroep worden aangetekend.
Geen wetgeving voor laagfrequent geluid en windturbines
Geluid en met name laagfrequent geluid van windmolens (lager dan 100/125 Herz) krijgt recent veel aandacht. Hiervoor bestaan geen normen, omdat dit heel individueel ervaren wordt. Sommige mensen, die wonen bij windmolens, kunnen een lage ‘bromtoon’ horen en anderen niet. Dit kan onderdeel zijn van ‘participatie in de vergunningverlening’ om een goede balans te vinden tussen het belang van duurzame energie en het zoveel mogelijk voorkomen van overlast, zie hierna.
Maatregelen als geluidswallen, grondribbels (zoals toegepast bij Polderbaan Schiphol) en begroeiing kunnen laagfrequent geluid dempen. Test hier wat u zelf kunt horen: https://onlinetonegenerator.com/ Voor zonneparken is meestal een omgevingsvergunning vereist, zie 5.1.
Participatie vergunningverlening
Een (omgevings)vergunning wordt in Buren toegepast als participatie-instrument doordat:
De initiatiefnemer met de overheden en de omgeving de plannen afstemt (bijvoorbeeld via een ontwerpatelier), voordat hij een aanvraag indient.
Maatwerkvoorschriften kunnen ingezet worden wanneer de omgeving om afwijkende normen vraagt bij het bevoegd gezag en de ontwikkelaar, bijvoorbeeld in verband met (laagfrequent) geluid. Door een dialoog wordt geprobeerd hierover overeenstemming te bereiken.
Artikel 4.
Wettelijke regelingen en procedures
Onderdeel van Participatiekader Duurzame Energie, Buren, mei 2021