Verreweg de meeste zendamateurs (ca. 75%) maken gebruik van HF (frequenties van 3-30 MHz, golflengte tussen 10 en 100 meter), een aantal ook van VHF (frequenties van 30-300 MHz, golflengte tussen 1 en 10 meter) en soms nog hogere frequenties. Als vuistregel wordt vaak aangehouden dat voor voldoende bereik de antenneafmeting ongeveer de helft van de golflengte moet zijn: uit nieuw onderzoek blijkt dat vaak kan worden volstaan met een kleinere hoogte (zie 2.3). Het toepassen van de vuistregel betekent dat de antenneafmetingen tussen de 0,5 meter en de 50 meter liggen. Er zijn verschillende soorten, maten en merken van antenne-installaties beschikbaar.
Globaal bestaan de volgende mogelijkheden:
het spannen van een draad van schoorsteen naar schoorsteen of schuur (bijvoorbeeld over de achtertuinen heen). Hiervoor kan medewerking van de buren noodzakelijk zijn. Voor deze draadantennes is geen vergunning nodig, tenzij hiervoor draagconstructies worden opgericht;
antennes bevestigd aan de gevel of het dak. De vorm van de antenne kan uiteenlopen.
Antenne aan het dak
vrijstaande antenne-installaties bijvoorbeeld in de tuin.
Deze laatste installaties kunnen “open” zijn in de vorm van een constructiemast of vakwerkmast met antenne, of “gesloten” als buismast, kokermast of spriet. Dit soort masten is vaak uitschuifbaar of kantelbaar. Dit maakt het aanbrengen van antennes gemakkelijker.
Vrijstaande antenne-installatie
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Frequenties
Onderdeel van Beleid antenne installaties zendamateurs gemeente Enschede 2013