Het oprichten en plaatsen van een antenne-installatie is bouwen in de zin van de Wabo. Dit betekent dat hiervoor meestal een omgevingsvergunning nodig is.
Voor bepaalde bouwwerken (o.a. bepaalde antenne-installaties) geldt dat ze vergunningvrij zijn. Het Besluit omgevingsrecht (Bor) bepaalt of voor een bouwwerk een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd.
In bijlage II van het Besluit omgevingsrecht is aangegeven wanneer geen omgevingsvergunning nodig is voor de bouwactiviteiten.
Artikel 2, lid 17 van deze bijlage geeft het volgende aan:
“Een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 … is niet vereist indien deze activiteiten betrekking hebben op:
-een andere antenne-installatie dan bedoeld in de onderdelen 15 en 16, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
de antenne-installatie achter de voorgevelrooilijn is geplaatst,
indien het een schotelantenne betreft:
1°. de doorsnede van de schotelantenne niet meer dan 2 m, en
2°. de schotelantenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, niet hoger dan 3 meter, of
indien het een andere antenne betreft dan bedoeld in onderdeel b: de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, of indien deze is bevestigd aan de gevel, gemeten vanaf het punt waarop de antenne, met antennedrager, het dakvlak kruist, niet hoger is dan 5 m”.
In het algemeen betekent dit dat voor antenne-installaties lager dan 5 meter geen omgevingsvergunning nodig is.
Aanvullend hierop staat in artikel 4a en 5 van bijlage II van het Bor:
Artikel 4a
• 1. Onverminderd artikel 5, zijn de artikelen 2 en 3 slechts van toepassing op een activiteit die plaatsvindt in, aan, op of bij een beschermd monument als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Monumentenwet 1988, een monument waarop artikel 5 van die wet van toepassing is, een krachtens een provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen monument dan wel een monument waarop, voordat het is aangewezen, een zodanige verordening van overeenkomstige toepassing is, voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in:
• ..............
• b. artikel 2, onderdelen 4 tot en met 21, .................:
• 1°. in, aan of op een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft, of
• 2°. bij een monument.
• 2. Onverminderd artikel 5, zijn de artikelen 2 en 3 slechts van toepassing op een activiteit die plaatsvindt in een beschermd stads- of dorpsgezicht, voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in:
• a. ............
• b. artikel 2, onderdelen 3 tot en met 21, of artikel 3 voor zover het betreft:
• 1°. inpandige veranderingen,
• 2°. een verandering van een achtergevel of achterdakvlak, mits die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd,
• 3°. een bouwwerk op erf aan de achterkant van een hoofdgebouw, mits dat erf niet ook deel uitmaakt van het erf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd, of
• 4°. een bouwwerk op gronden die onderdeel zijn van openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 5
• 1. ..............................
• 2. De artikelen 2 en 3 zijn niet van toepassing op een activiteit die plaatsvindt in, aan, op of bij een bouwwerk dat in strijd met artikel 2.1 van de wet is gebouwd of wordt gebruikt.
• 3. .....................................
• 4............................
• 5. ....................
•
Dit betekent dat antenne-installaties bij monumenten of in beschermde stads- en dorpsgezichten of illegaal gebruik en bij, op of aan illegale bouwwerken eveneens niet vergunningvrij zijn.
Volgens het Bor is een antenne-installatie ”een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in één of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie”. Onder de antennedrager wordt verstaan een “antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne”.
Als een antenne-installatie voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn in de artikelen 2 lid 17, 4a en 5 van het Besluit omgevingsrecht, dan kan deze zonder vergunning geplaatst worden. Als voorwaarde geldt wel altijd dat de antenne-installatie niet ernstig in strijd mag zijn met redelijke eisen van welstand: er mag dus geen sprake zijn van een “welstandsexces”. Deze excessenregeling is ingesteld om in te kunnen grijpen als een vergunningvrij bouwwerk heel erg afwijkt van wat in de Welstandsnota is vastgesteld. Dit kan zich voordoen als een antenne-installatie, ook al is daarvoor geen vergunning nodig, qua breedte en vorm dusdanig is dat de antenne-installatie het (straat)beeld ernstig aantast.
Uitspraken van de rechter geven aan dat het gebruik van de excessenregeling en het daarmee weigeren van een vergunningvrije antenne, inderdaad in extreme gevallen mag . 8 Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State, 16 maart 2011, 201008144/1/H1
Voor antennes die niet voldoen aan de voorwaarden aangegeven in artikel 2, lid 17 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, is een omgevingsvergunning nodig.
In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is bepaald dat een aanvraag om omgevingsvergunning (voor activiteit bouwen) onder andere moet worden geweigerd als de aanvraag strijdig is met het bestemmingsplan of als het strijdig is met “redelijke eisen van welstand”. Deze redelijke eisen van welstand zijn vastgelegd in de welstandsnota.
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalt verder dat het mogelijk is om af te wijken van de regels die zijn opgenomen in het bestemmingsplan.
De mogelijkheden zijn:
binnenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12 lid 1, sub a onder 1 Wabo);
buitenplans afwijken van het bestemmingplan (artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 Wabo met artikel 4 van bijlage II Bor): voor een antennemast kan dit tot 40 meter hoogte;
projectbesluit (artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo): dit kan als een activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
Wanneer een vergunningplichtige antenne-installatie niet voldoet aan de voorschriften in het bestemmingsplan dan wordt deze beleidsregel toegepast. Als deze beleidsregel aangeeft dat de antenne-installatie is toegestaan, dan zal worden afgeweken van het bestemmingsplan (behoudens gevallen zoals genoemd in de deze beleidsregels).
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht(Wabo)/Woningwet/Besluit omgevingsrecht
Onderdeel van Beleid antenne installaties zendamateurs gemeente Enschede 2013