**1..** Van belanghebbenden die een uitkering op grond van de wet hebben aangevraagd of een uitkering op grond van de wet ontvangen en bij wie een redelijk vermoeden bestaat dat zij de Nederlandse taal niet beheersen op minimaal niveau 1F en dit door de taaltoets wordt bevestigd, wordt de uitkering in principe conform artikel 18b van de wet verlaagd, mits zij de documenten, zoals bedoeld in artikel 18b, lid 2 Participatiewet kunnen overleggen.
**2..** Onder een ander document, zoals bedoeld in artikel 18b, lid 2, sub c van de wet Participatiewet wordt verstaan:
Overige documenten, waaruit blijkt dat men de Nederlandse taal op niveau 1F of A2 beheerst (een diploma inburgering, rapporten of diploma’s van erkende Nederlandse onderwijsinstellingen of taalcursussen);
Documenten waaruit blijkt dat aantoonbaar minimaal 1 jaar werkervaring op Mbo niveau is verricht;
Documenten waaruit blijkt dat men is begonnen met een leertraject in het kader van de Wet inburgering en deze ook daadwerkelijk volgt.
Documenten waaruit blijkt dat men is begonnen met een taaltraject in het kader van de Wet educatie en deze ook daadwerkelijk volgt bij een ROC.
**3..** Als geen bewijsstukken kunnen worden overlegd kan, voordat een taaltoets wordt afgenomen, als eerste screening het instrument Taalmeter worden ingezet. De uitslag van de test met de Taalmeter kan, als die een voldoende niveau aangeeft, ook worden beschouwd als document zoals bedoeld in het voorgaande lid.
**4..** Wanneer belanghebbende in de leerplichtige leeftijd (tussen 5 en 16 jaar) tenminste acht jaren in Nederland heeft gewoond kan ervan worden uitgegaan dat betrokkene gedurende acht jaren Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd. Dit hoeft niet door middel van het overleggen van documenten te worden aangetoond, omdat de Leerplichtwet op dat moment van toepassing was.