Naar hoofdinhoud

Artikel 3:

Taaltoets

Onderdeel van Beleidsregels wet taaleis

1.. Het college kan binnen 8 weken na ontvangst van de bijstandsaanvraag een taaltoets bij de belanghebbende afnemen, indien ten aanzien van deze een redelijk vermoeden bestaat dat de Nederlandse taal niet wordt beheerst op tenminste niveau 1F en deze niet één van de in het vorige artikel 2 genoemde documenten kan overleggen. 2.. De taaltoets wordt uitgevoerd door een Regionaal Opleidings Centrum (ROC), waarmee in de (arbeidsmarkt)regio een contract is gesloten. 3.. Er wordt geen taaltoets afgenomen indien: Aan de belanghebbende volledige ontheffing is verleend van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 9 Participatiewet; Tijdens een vorige uitkeringsperiode, eventueel in een andere gemeente, al een taaltoets is afgenomen; Belanghebbende de Nederlandse taal weliswaar niet beheerst, maar al is vastgesteld dat belanghebbende door in de persoon gelegen factoren nimmer in staat zal zijn om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F machtig te worden; Op voorhand bekend is dat er sprake zal zijn van kortdurende bijstandsverlening; Belanghebbende een ontheffing in het kader van de Wet inburgering is verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel