**1..** Belanghebbende ontvangt binnen acht weken na het afleggen van de taaltoets de schriftelijke kennisgeving met de uitslag van de taaltoets.
**2..** Als uit de uitkomst van de toets van de belanghebbende blijkt dat deze niet aan de taaleis voldoet wordt de volgende procedure gevolgd:
Belanghebbende krijgt een uitnodiging voor een gesprek waarbij hij de uitslagvan de taaltoets hoort. In het gesprek wordt gewezen op de gevolgen van het niet voldoen aan de taaleis.
Belanghebbende wordt in de gelegenheid gesteld om binnen één maand na de kennisgeving te starten met het verwerven van de Nederlandse taal.
In het gesprek dient belanghebbende te verklaren bereid te zijn binnen een maand aan te vangen met het verwerven van de vaardigheden in de Nederlandse taal op referentieniveau 1F.
Wanneer belanghebbende niet bereid is tot de nodige activiteiten wordt de bijstand beoordeeld volgens de regels in artikel 18b Participatiewet.
Van deze verlaging kan worden afgezien als de belanghebbende zich alsnog bereid verklaart taalonderwijs te gaan volgen binnen een maand of als alsnog blijkt dat elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
Voordat besloten wordt tot verlaging van de bijstand moet beoordeeld worden of er sprake is van bijzondere omstandigheden.
Belanghebbende kan te allen tijde de verlaging ongedaan maken door alsnog mee te werken.