Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1.

Keuze voor gebiedsspecifiek kader

Onderdeel van Nota Bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021 en bijbehorende Bodemkwaliteitskaart

Het Besluit bodemkwaliteit biedt gemeenten de mogelijkheid te kiezen voor een generiek beleid of een gebiedsspecifiek beleid. Als gekozen wordt voor een gebiedsspecifiek beleid kunnen gemeenten eigen lokale normen stellen voor het hergebruik van grond. In het gebiedsspecifieke kader wordt op basis van ruimtelijke ontwikkelingen, kwaliteitsambities en het te verwachten grond- en baggerverzet een afweging gemaakt. Er moet een goede balans worden gevonden tussen bodembescherming enerzijds en de afzet van grond en bagger anderzijds. Hulpmiddelen hierbij zijn de Risicotoolbox (RTB), de bodemfunctieklassenkaart (BFK) en de BKK. Hierbij worden de uitgangspunten uit hoofdstuk 2 meegenomen in de afweging. De generieke toepassingseis is de strengste van de functie en de bodemkwaliteitsklasse. Dit betekent dat voor de zones in tabel 4.1 de generieke toepassingseis voor de bovengrond strenger is dan voor de functie noodzakelijk is. Tabel 4.1: Zones waarvoor de generieke toepassingseis voor de bovengrond strenger is dan de functie. Het hanteren van de generieke toepassingseis heeft consequenties voor grondverzet: in bovenstaande zones zou dit onnodig tot strenge eisen leiden, terwijl er als gevolg van bodemdaling juist veel grond nodig is om mee op te hogen. Bijvoorbeeld: zone 7 (recente uitbreidingen in de hele regio) heeft een kwaliteit die voldoet aan de achtergrondwaarden (schoon), maar de functie is wonen. In het generieke kader kan dan alleen maar schone grond worden toegepast, terwijl de functie Klasse Wonen zou kunnen toestaan. Daarom wordt voor deze zones gebiedsspecifiek beleid opgesteld in deze Nota Bodembeheer. Bovenstaande opsomming van drie zones lijkt weinig, maar wat betreft oppervlakte is het in de regio een aanzienlijk gebied. Een andere reden om te kiezen voor gebiedsspecifiek beleid is de grote baggeropgave (zie hoofdstuk 2). Zonder gebiedsspecifiek beleid is het hergebruik van bagger beperkt mogelijk. Het hergebruik van bagger blijkt in de praktijk alleen mogelijk met gebiedsspecifiek beleid. Er zijn ook zones die juist een minder goede kwaliteit hebben dan de functie. In tabel 4.2 zijn deze zones afgebeeld. In de laatste kolom staat de generieke toepassingseis. Tabel 4.2: Zones waarvoor bodemkwaliteit minder is dan de functie. Het hanteren van de generieke toepassingseis heeft consequenties voor grondverzet: in bovenstaande zones zou dit voor hergebruik van “zone-eigen grond” (grond afkomstig uit dezelfde zone) tot relatief strenge eisen leiden. Met name in grote delen van het landelijk gebied zal dit leiden tot knelpunten. Deze zones zijn door de eeuwen heen diffuus verontreinigd geraakt en juist in het landelijk gebied staan veel (natuur-)ontwikkelingen met grondverzet gepland. Het is wenselijk om binnen een zone grond te kunnen hergebruiken: grondverzet binnen een zone moet mogelijk zijn, mits er geen sprake is van risico’s. Daarom is besloten ook voor bovenstaande zones gebiedsspecifiek beleid op te stellen in deze Nota Bodembeheer.

Rechtspraak bij dit artikel