De bodemkwaliteitskaart geeft een goed inzicht in het achtergrondgehalte van een zone. Achtergrondgehalten (niet te verwarren met de landelijke term “achtergrondwaarden”) zijn gehalten van een stof in de bodem die ´normaal´ worden geacht voor de algemene bodemkwaliteit in een bepaald gebied. Een gehalte is alleen ´normaal´ of ´representatief´ voor een bepaald gebied indien het gehalte is gemeten op een voor bodemverontreiniging onverdachte locatie.
Het achtergrondgehalte is in wezen niet één gehalte, maar de verzameling van alle gehalten die voorkomen in dat bepaalde gebied. Dit maakt het lastig om het achtergrondgehalte te kwantificeren, terwijl men wel graag één getal wil gebruiken als ‘het achtergrondgehalte’.
Van een verzameling gehalten (“dataset”) kunnen verschillende statistische parameters worden berekend. De bekendste statistische parameter is het gemiddelde. Het gemiddelde wordt berekend door alle waarnemingen op te tellen en te delen door het aantal waarnemingen. Deze simpele berekening en de bekendheid van deze parameter maakt het gemiddelde bij uitstek geschikt als kwantificering van het achtergrondgehalte. Het gemiddelde wordt echter sterk beïnvloed door lage en hoge waarden in de dataset. Bij verzamelingen van gehalten met uitschieters is het daarom beter om percentielwaarden te berekenen. Percentielwaarden geven een beter beeld van de verzameling van gehalten in een gebied. Bij bodemonderzoeken worden juist vaak uitschieters gemeten, zodat het nodig is percentielwaarden te berekenen.
Een percentielwaarde is de waarde waaronder een bepaald percentage gehalten zijn gelegen. Zo is de 50-percentielwaarde die waarde waar 50% van de gehalten onder ligt. De overige 50% van de gehalten ligt boven de 50-percentielwaarde. De 50-percentielwaarde wordt berekend door alle gehalten te sorteren van laag naar hoog en vervolgende het middelste gehalte te nemen (of: 0,5 x aantal waarnemingen). De 50-percentielwaarde of mediaan is een goede verwachtingswaarde maar doet niet voldoende recht aan alle hoge gehalten die eveneens in een zone zijn gemeten. Om ook inzicht te hebben in de hogere gehalten dient men een hogere percentielwaarde te gebruiken. Het nadeel van een hogere percentielwaarde is de mindere betrouwbaarheid. Juist omdat de hoge gehalten vaak ver uit elkaar liggen, is een hoge percentielwaarde hier erg gevoelig voor. Vooral bij weinig waarnemingen is een hoge percentielwaarde eerder een toevalstreffer dan een solide waarde. De bodemkwaliteitskaart van de regio Midden-Holland en Zoetermeer bestaat uit zeer veel waarnemingen en daarom is het statistisch gezien geoorloofd een hoge percentielwaarde te gebruiken als het achtergrondgehalte.
In de regio Midden-Holland wordt daarom de 95-percentielwaarde gebruikt om het achtergrondgehalte te definiëren. Deze waarde wordt gebruikt om bijvoorbeeld te toetsen of een bij een bodemonderzoek aangetroffen gehalte onderdeel uitmaakt van het achtergrondgehalte of mogelijk toch afkomstig is van een puntbron. De 95-percentielwaarden zijn opgenomen in de rapportage van BKK [8].
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3.
Afleiding achtergrondgehalten
Onderdeel van Nota Bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021 en bijbehorende Bodemkwaliteitskaart