Naar hoofdinhoud
In deze paragraaf wordt getoetst of de gebiedsspecifieke toepassingseisen leiden tot mogelijke risico’s. In een groot aantal zones is de ontgravingskwaliteit niet in overeenstemming met de gebiedsspecifieke toepassingseis van die zones. Dit zijn de zones die in tabel 3.2 een slechtere kwaliteit hebben dan hun functie. Conform de richtlijn Bodemkwaliteitskaarten moet voor zones waarbij (tevens) de 95-percentielwaarde de interventiewaarde overschrijdt worden berekend naar welke bodemfunctie wel en geen grondverzet zonder aanvullende keuring kan plaatsvinden. Om te bepalen of voor deze zones risico’s ontstaan wanneer grond binnen de zone wordt hergebruikt, is gebruik gemaakt van de RisicoToolBox (RTB). De RTB is een door het RIVM ontwikkeld model (www.risicotoolboxbodem.nl). De RTB hanteert beleidsmatige grenswaarden voor humane en ecologische risico’s. Wanneer uitkomst van de RTB leidt tot een risico-index kleiner dan 1, dan is de bodem duurzaam geschikt voor gebruik door de mens en voor de beoogde functie. Een risico-index groter dan 1 kan acceptabel zijn, mits voldoende gemotiveerd op basis van kennis van lokale blootstellingsroutes. De RTB is een landelijk model met generieke normen; lokaal kan de situatie afwijken en aanleiding geven de resultaten anders te interpreteren. Voor de zones 1A, 1B, 1C, 1D, 1E, 2, 3, 8A, 8B, 9, 11, 12, 17, 18 en 19 is met de RTB doorgerekend of grondverzet risico’s met zich meebrengt. De uitkomsten van de berekeningen zijn opgenomen in bijlage 2. Conclusie is dat bij grondverzet binnen zones 1A, 1B, 1C, 1D, 1E, 2, 3, 8A, 8B, 9, 12 en 17 humane risico’s niet zijn uit te sluiten indien deze gebiedseigen grond wordt toegepast in tuinen, moestuinen en (open) kinderspeelplaatsen2 Let wel: er is getoetst met de 95-percentielwaarde. Dit betekent dat 95 procent van alle waarnemingen in de zone beneden deze waarde ligt. De berekende risico’s zijn dus voor 95 procent van de zone lager, maar deze ‘worst-case’ benadering wordt voorgeschreven in de Richtlijn BKK.. Voor zones 11, 18 en 19 is dit alleen het geval indien gebiedseigen grond wordt hergebruikt ter plaatse van moestuinen. Daarom wordt ervoor gekozen grondverzet naar percelen met deze gevoelige bodemfuncties niet zonder keuring toe te staan. Uit de keuring conform het Bbk3 Bij kleine hoeveelheden grond (< 100m3) mag dit een indicatieve keuring zijn op alleen de kritische stoffen. moet blijken dat de gehalten dermate laag zijn, dat er geen risico’s zijn te verwachten. Binnen hetzelfde perceel mag wel grond worden verplaatst. Uit de RTB blijkt ook dat ecologische risico’s niet zijn uit te sluiten bij hergebruik van grond binnen de zones 1A, 1B, 1C, 1D, 1E, 2, 3, 8A, 8B, 9, 11 en 122. Door grondverzet naar (moest-)tuinen niet toe te staan (zie hiervoor) worden ecologische risico’s al geminimaliseerd, omdat grondtoepassingen zullen worden beperkt tot openbaar groen, onder bebouwing, verhardingen en infrastructuur. Uit tabel 2 van bijlage 2 blijkt dat in dergelijke toepassingen gemiddeld gezien in deze zones geen ecologische risico’s aanwezig zijn. Door grondverzet naar openbaar groen wel toe te staan zijn ecologische risico’s in individuele gevallen niet uit te sluiten, maar dit wordt geaccepteerd omdat het gaat om bestaande historische verontreinigingen die nu ook al in de zone aanwezig zijn. Het huidige ecologisch beschermingsniveau in de woongebieden blijft hiermee gehandhaafd. Voor de zone 17 (toemaakdek) is al veel onderzoek gedaan naar de risico’s van aanwezige verontreinigingen [12, 13, 14, 15]. Hieruit bleek keer op keer dat er geen risico’s zijn te verwachten. Ook in de Krimpenerwaard (maakt onderdeel uit van zone 19) is veel onderzoek gedaan naar ecologische risico’s in verband met de aanwezigheid van slootdempingen. Hieruit bleek dat de bodemkwaliteit van onverdachte percelen voldoende is voor de flora en fauna [16]. Deze onderzoeken worden als voldoende onderbouwing gezien om grondverzet binnen de zone toe te staan. Voor zone 18 (boomkwekerijen) is het evident dat er bij de toepassingseis Wonen geen risico’s zullen ontstaan omdat het gebied geen natuurwaarden heeft en evenmin wordt gebruikt voor de landbouw.

Rechtspraak bij dit artikel