Naar hoofdinhoud
In het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit mag bagger verspreid worden op aangrenzende percelen en in weilanddepots op het aan de watergang grenzende perceel. Voorwaarde hieraan is dat de kwaliteit van de bagger voldoet aan de norm (uitkomst van de msPAF-toets is “verspreidbaar”) of dat de bagger dermate onverdacht is dat een onderzoek niet noodzakelijk is 11 Zie artikel 4.3.4 uit de Regeling bodemkwaliteit in welke situaties waterbodemonderzoek noodzakelijk is.. In de toelichting op het Bbk wordt het begrip “aangrenzende perceel” slechts summier toegelicht en er wordt geen maximale afstand genoemd. In lijn met de wens tot decentralisatie is het Bbk bewust minder sturend en kaderstellend. Nadere invulling ligt bij gemeenten en waterschappen, die kunnen vaststellen hoe de baggeractiviteiten het beste passen binnen het beheer van het gebied [19]. De gemeenten binnen de regio Midden-Holland en Zoetermeer vullen het begrip aangrenzend perceel als volgt in: alle percelen die zijn gelegen binnen de grenzen van de bodemkwaliteitszone van de betreffende watergang. De argumentatie voor deze invulling is: binnen dezelfde bodemkwaliteitszone zal vermoedelijk sprake zijn van een vrij homogene waterbodemkwaliteit. Het betreft immers gebiedseigen bagger met een vergelijkbare kwaliteit; binnen een zone hebben de watergangen een vergelijkbare dynamiek, veelal poldersloten ten behoeve van ontwatering met weinig vaarbewegingen; binnen dezelfde bodemkwaliteitszone zal bij benadering sprake zijn van aangrenzende percelen gezien de grote hoeveelheid met elkaar verbonden watergangen; omdat de werkwijze alleen geldt voor “verspreidbare bagger”, deze vrijkomt uit eenzelfde type watergang en er veelal sprake zal zijn van een gebied met dezelfde karakteristiek wat betreft bodem en water heeft alle bagger bij benadering dezelfde kwaliteit. Strikt onderscheid maken tussen wel en niet aangrenzende percelen is daarom milieuhygiënisch niet relevant; het opbrengen van licht verontreinigde bagger op één perceel met als doel het perceel op te hogen wordt gezien als doelmatig (nuttige toepassing) vanwege de sterke bodemdaling in de regio en de zeespiegelstijging. Het is wenselijk zoveel mogelijk gebiedseigen bagger te bergen in het voor bodemdaling gevoelige gebied. het verspreiden van bagger gebeurt al eeuwen en de bodemkwaliteit is dus ook al eeuwen beïnvloed door deze handelswijze. de totale kwaliteit van het systeem “bodem en waterbodem” verslechtert niet, maar blijft gelijk (stand-still). Dit is dus een integrale benadering van de maatschappelijke baggeropgave. Bovenstaande invulling geldt voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied, zolang de verspreidbare bagger maar binnen de bodemkwaliteitszone blijft en de bagger ofwel afkomstig is uit onverdachte watergangen dan wel op basis van een milieuhygiënische verklaring conform het Besluit bodemkwaliteit als verspreidbaar (ms-PAF-toets) kan worden beschouwd. De invulling wordt geïllustreerd in figuur 6.1. Het Bbk geeft geen maat voor de laagdikte of hoeveelheden te verspreiden baggerspecie. De gemeenten in de regio hanteren een maximale dikte van de baggerlaag na rijping van niet meer dan 30 cm. Dit in verband met de aerobe afbraak van organische verontreinigingen die bij dikke baggerlagen ernstig wordt bemoeilijkt. Figuur 6.1: Verspreidbare bagger (msPAF-toets) mag uit de gehele zone in een weilanddepot worden geborgen (groen = zone 19, “Buitengebied overig”). In de voorbije jaren is er veel stedelijk water gebaggerd waarbij de bagger werd ontwaterd in geotubes, met als doel om de gerijpte bagger direct toe te kunnen passen in plantsoenen en parken ten behoeve van noodzakelijke ophogingen. Het generieke kader voor weilanddepots is ook van toepassing op geotubes. Dit betekent dat verspreidbare bagger (msPAF-toets) na rijping in de geotube niet meer hoeft te worden gekeurd, maar in de zone van herkomst mag worden toegepast in plantsoenen en parken. Behalve de tussenkomst van de geotube is de toepassing identiek aan het een weilanddepot en kan het dus ook als zodanig worden beschouwd. Voorbeeld: in onderstaande figuur is geïllustreerd dat verspreidbare bagger uit zone 5 (“woonwijken van 1940- 1990 in Gouda, Bodegraven, Reeuwijk en Boskoop) ontwatert wordt in een geotube in dezelfde zone. Na ontwatering wordt het geotextiel verwijderd en kan de bagger worden uitgevlakt. Figuur 6.2: Beleid voor geotubes geïllustreerd: verspreidbare bagger uit dezelfde zone.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel