Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2.1

Nieuw Burgerlijk Wetboek

Onderdeel van Beheerplan civiele kunstwerken 2021 t/m 2025

In het Nieuw Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijk voor schade als gevolg van een onrechtmatige daad geregeld. De beheerder kan aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van gebreken aan een civiel kunstwerk. Zo kan iemand zijn arm breken als gevolg van een val door een losliggend dekplank. Volgens het Nieuw Burgerlijk Wetboek moet de beheerder van het kunstwerk aantonen dat hij zorgvuldig inspectie en onderhoud heeft uitgevoerd. Dit is de enige manier om het risico voor aansprakelijkheid terug te dringen. Hiertoe zijn een preventief inspectie en onderhoudsbeleid, een goede registratie en afhandeling van klachten en een goed onderhoudssysteem onmisbaar. Indien de beheerder kan aantonen dat hij over een volledig, actueel en werkend beheersysteem beschikt, is de kans op aansprakelijkheidsstelling veel kleiner. In het Nieuw Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheidsstelling op basis van twee artikelen geregeld: art. 6:174 Risicoaansprakelijkheid en art. 6:162 Schuldaansprakelijkheid. Volgens de Wet is aansprakelijkheid niet over te dragen. De gemeente is ook aansprakelijk voor schade door aannemers die namens de gemeente werk uitvoeren. Binnen de Wet is er wel de mogelijkheid de schade te verhalen op de daadwerkelijke veroorzaker. Er is sprake van risicoaansprakelijkheid indien er een gebrek optreedt (in de zin van de Wegenwet) en een weggebruiker als gevolg hiervan schade heeft geleden. Dit geldt ook voor kunstwerken als onderdeel van wegen. Bij risicoaansprakelijkheid gaat het meestal over schade die wordt geleden als gevolg van slecht onderhoud. Er is sprake van schuldaansprakelijkheid indien schade ontstaat als gevolg van een onrechtmatige daad, hieronder valt ook het te lang laten voortbestaan van gevaarlijke situaties. Ook vervolgschade kan leiden tot schuldaansprakelijkheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel