Veel civiele kunstwerken maken onderdeel uit van de weg. Daarom geldt de Wegenwet dus ook voor civiele kunstwerken. In artikel 1 lid 2 worden bruggen impliciet genoemd als onderdeel van een weg. Op grond van de Wegenwet is de beheerder verplicht om alle civiele kunstwerken die hij in beheer heeft in een goede onderhoudsstaat te hebben. Hierbij wordt niet nader aangegeven wat onder de term “in goede staat” verstaan wordt. Er is dan sprake van een onderhoudsverplichting zonder een concreet vastgelegd kwaliteitsniveau. De gemeente heeft dus op deze manier enige vorm van vrijheid voor invulling van het kwaliteitsniveau waarop wordt onderhouden.
In de Wegenwet wordt een onderscheid gemaakt tussen het beheer van wegen en de
onderhoudsplicht daarvan. Beheer is een publiekrechtelijke en toezichthoudende taak die alleen bij de overheid (rijk, provincie, waterschap of gemeente) kan liggen. De onderhoudsplicht is de verplichting het onderhoud uit te voeren en te financieren. Beheerder en onderhoudsplichtige is in de meeste gevallen dezelfde instantie.
Binnen de Wegenwet wordt goed rentmeesterschap van een gemeente geëist. Dit houdt in dat hij
verplicht is er zorg voor te dragen dat het geïnvesteerde kapitaal in stand blijft door het tijdig plegen van onderhoud.