Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1.1

Beleid gemeente Assen

Onderdeel van Drugsbeleid Assen 2017

Uitgangspunt voor ons coffeeshopbeleid is het landelijke beleid. Dit beleid is er op gericht om drugsgerelateerde overlast en criminaliteit aan te pakken, het middelengebruik onder minderjarigen tegen te gaan en de aantrekkingskracht van het Nederlandse drugsbeleid op gebruikers afkomstig uit het buitenland terug te dringen. Dit beleid is uitgewerkt in de ‘Aanwijzing Opiumwet’. Per 1 januari 2013 is aan de bestaande gedoogcriteria het ingezetenencriterium toegevoegd. Dit betekent dat op basis van de Aanwijzing Opiumwet het volgende verboden is: Afficheren; Harddrugs verhandelen; Overlast veroorzaken; Jeugdigen onder de 18 jaar in de coffeeshop te laten of aan hen te verkopen; Grote hoeveelheden te verhandelen (niet meer dan 5 gram per transactie) of op voorraad te hebben (niet meer dan 500 gram); Aan anderen dan ingezetenen van Nederland toegang te verlenen tot de coffeeshop en aan anderen dan ingezetenen van Nederland softdrugs te verkopen. De coffeeshophouder moet vaststellen dat degene die hij binnenlaat en aan wie hij softdrugs verkoopt, ingezetene van Nederland is. De coffeeshophouder kan bijvoorbeeld vragen om een geldig identiteitsbewijs of een verblijfsvergunning in combinatie met een uittreksel van de Basisregistratie Personen. Binnen deze landelijke beleidskaders hebben wij aanvullend een eigen coffeeshopbeleid vastgesteld. Wij hanteren sinds 2001 een maximumstelstel voor coffeeshops. Reden hiervoor is dat ook wij de verkoop en het gebruik van softdrugs willen ontmoedigen. Tevens hanteren wij een maximumstelsel om in het belang van het woon-, werk- en leefklimaat overlast te beperken. In 2013 is het maximum van twee coffeeshops teruggebracht naar één coffeeshop. Wij blijven vasthouden aan het maximum van één coffeeshop. Daar liggen de volgende overwegingen aan ten grondslag. In principe is één coffeeshop voldoende voor het aantal gebruikers. Een tweede coffeeshop zal door concurrentiewerking voor de gebruikers mogelijk een positief effect hebben op de door hen gewenste kwaliteit en prijs van drugs. Een tweede coffeeshop gaat ongetwijfeld een nieuw klantenbestand opbouwen. Het is echter niet de verwachting dat straatdealen significant zal afnemen met de komst van een tweede coffeeshop. Dat heeft te maken met de relatie tussen dealer en gebruiker, de prijs en de kwaliteit. Bovendien zal het geen effect hebben op het gebruik onder jongeren (<18), omdat zij sowieso geen gebruik mogen maken van coffeeshops. De verwachting is dat een coffeeshop voor de directe omgeving altijd zal zorgen voor leefbaarheidsvraagstukken. Het betekent veelal een belasting voor omwonenden en ondernemers. Gelet hierop en gelet op het feit dat wij het gebruik van softdrugs willen ontmoedigen en groot belang hechten aan een goed woon- en werkklimaat houden wij vast aan het maximumstelstel van één coffeeshop. In de directe omgeving van de bestaande coffeeshop is af en toe sprake van overlast. Als dat het geval is, gaan wij in overleg met de ondernemer van de coffeeshop, de omwonenden, winkeliers en de politie en nemen wij gezamenlijk maatregelen. Om de zichtbaarheid van coffeeshops voor scholieren te verkleinen hanteren wij een afstandscriterium van 350 meter. Dit betekent dat de minimale afstand tussen een coffeeshop en scholen 350 meter dient te zijn, gemeten van deur tot deur. Dit is in lijn met het landelijk advies . Het landelijk beleid biedt hier ruimte voor lokaal maatwerk. 1.1.1 Smartshops en Growshops Naast de coffeeshops zijn er nog andere ‘shops’ waar genotsmiddelen worden verkocht, of producten om drugs te kweken; smartshops en growshops. Smartshops zijn winkels die niet-traditionele genotmiddelen verkopen. Dit zijn middelen die veranderingen teweegbrengen in de gemoedstoestand of de geestelijke functies (stimulerend, kalmerend of hallucinerend). De producten die in de smartshop worden verkocht zijn in beginsel legaal en vallen onder de Warenwet. De Voedsel en Waren Autoriteit is belast met het toezicht op de producten die vallen onder de Warenwet. Growshops zijn winkels waar ondermeer kweekbenodigdheden voor hennepteelt worden verkocht (lampen, meststoffen, pompen, kweekkasten). Deze producten zijn in beginsel legaal, omdat ze ook voor andere doeleinden kunnen worden verkocht. Op 1 maart 2015 is echter een nieuw artikel 11a aan de Opiumwet toegevoegd op basis waarvan handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt strafbaar is gesteld. Deze strafbaarstelling beperkt zich tot hennepteelt die een beroeps- of bedrijfsmatig karakter heeft of grootschalig is. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat growshops als zodanig onder de nieuwe wetgeving niet langer kunnen bestaan. Growshops kunnen dus strafrechtelijk worden aangepakt. Op dit moment kennen wij dergelijke shops niet in Assen. Niettemin zullen wij kritisch volgen of zich dergelijke shops in Assen vestigen. Wij zijn namelijk van mening dat de aanwezigheid van deze shops het woon- en leefklimaat kan aantasten dan wel een probleem kan opleveren voor de openbare orde en veiligheid. Ook vanwege de mogelijke verwevenheid met georganiseerde hennepteelt. De burgemeester kan alleen bestuursrechtelijk optreden als in de growshop drugs in de zin van lijst I en/of II van de Opiumwet (bijvoorbeeld hennepstekken) worden verkocht, dan wel aanwezig zijn. De burgemeester treedt hiertegen op conform het hierna genoemde handhavingsarrangement.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel