De algemene criteria zijn gebaseerd op de notitie ‘Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid’ die prof. Ir. Tj Dijkstra in 1985 als Rijksbouwmeester schreef. De criteria stellen hogere en algemenere eisen aan de architectuur dan sneltoetscriteria en de gebiedsgerichte criteria en worden in drie situaties toegepast:
Een bouwplan voldoet niet aan de sneltoetscriteria of gebiedsgerichte maar heeft wel bijzondere architectonische kwaliteit. In dat geval kan de commissie een advies uitbrengen aan het college van B&W om af te wijken van de geldende criteria omdat het wel voldoet aan de algemene criteria. Hiermee wordt bijvoorbeeld een modern gebouw, dat afwijkt van de context maar wel uitzonderlijke architectonische kwaliteiten heeft, mogelijk gemaakt.
In de welstandsnota is aangegeven wanneer er hogere eisen aan de architectuur worden gesteld dan de gebiedsgerichte criteria. Dit geldt bijvoorbeeld voor nieuwbouw van een schoolgebouw of winkelcentrum.
De sneltoetscriteria en gebiedsgerichte criteria zijn vanwege het type aanvraag niet toereikend, zoals bij een aanvraag voor een windmolen of een kunstwerk in de openbare ruimte.