Onrechtmatig gebruik van gemeentegrond kan ertoe leiden dat de gemeente haar eigendom verliest door verjaring. Wanneer sprake is van verjaring is vastgelegd in boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Voor bevrijdende verjaring gelden de volgende criteria. Artikel 3:105 BW bepaalt dat hij die een goed bezit op het tijdstip waarop de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit wordt voltooid, dat goed verkrijgt, ook al was zijn bezit niet te goeder trouw. De verjaringstermijn is in dit geval twintig jaar. Degene die zich op verjaring beroept, moet aantonen dat hij bezitter is. Artikel 3:107 BW omschrijft bezit als het houden van de onroerende zaak voor zichzelf. Men neemt een goed in bezit door zich daarover de feitelijke macht te verschaffen, maar de wet geeft daarbij in artikel 3:113 BW wel aan dat enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen voor een inbezitneming onvoldoende zijn. Artikel 3:108 BW bepaalt dat naar verkeersopvatting wordt beoordeeld of iemand een goed voor zichzelf of voor een ander houdt. De inbezitneming kan aangetoond worden middels o.a. verklaringen (van omwonenden), foto’s (van omwonenden) en luchtfoto’s.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Verjaring
Onderdeel van Notitie beleidsuitgangspunten grondtransacties gemeente Beekdaelen 2021