Naar hoofdinhoud
Het wettelijk kader van dit integrale Vergunningverlening, Toezicht & Handhavingsbeleidsplan (hierna: VTH-beleidsplan) is gelegen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), hoofdstuk 7 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en hoofdstuk 10 van de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). De Heumense Handhavingsvisie is uitgewerkt in de Nota Integrale Handhaving 2017 – 2020. Verder wordt een probleemanalyse, nalevingstrategie, borging van een beleids- en uitvoeringscyclus, protocollen en standaarddocumenten vereist. VTH-beleid is het geheel van regels, voorwaarden en processen waarbinnen de behandeling van aanvragen om vergunning, het houden van toezicht erop en de handhaving ervan, plaatsvindt. Het doel van het beleid is om te bereiken dat vergunde activiteiten in de gemeente veilig, gezond, gebruiksvriendelijk en inpasbaar in de ruimtelijke omgeving zijn. Onder handhaven verstaan wij het geheel van activiteiten gericht op het doen naleven van regels. Door aandacht te besteden aan handhaving op het gebied van Wabo en bijzondere wetgeving, probeert de gemeente te bewerkstelligen dat haar inwoners weten dat tegen overtredingen en illegale praktijken wordt opgetreden. Het doel van dit VTH-beleidsplan is om de besluitvorming, de motivering van de besluiten en de voorbereiding van besluiten te vergemakkelijken en transparant te maken. Aangezien het aannemelijk is dat samenwerking wordt gezocht met regiogemeenten, dan wel dat taken aan de Omgevingsdienst Regio Nijmegen worden uitbesteed, is dit beleid in samenwerking met de gemeenten Wijchen, Beuningen, Druten en Heumen opgesteld en beschikbaar gesteld aan andere regiogemeenten met als doel zoveel mogelijk afstemming te vinden in de regio en zoveel mogelijk met hetzelfde beleid te werken. Fig 1 De jaarlijkse beleids- en uitvoeringscyclus verloopt volgens het hiernaast afgebeelde schema. De bovenste kring ziet toe op het beleid en de onderste op de uitvoering. Het programma wordt jaarlijks opgesteld, uitgevoerd en gemonitord. Jaarlijks worden de resultaten van de uitvoering naast de gestelde doelen en prioriteiten gelegd, wat leidt tot een evaluatie met aanbevelingen om prioriteiten bij te stellen. Ook worden interne audits gehouden op de procedures en producten. Dit leidt tot een bijgesteld programma, afgestemd op de uitvoerende organisatie. Het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag / de evaluatie worden jaarlijks door het college vastgesteld en ter informatie aan de raad gezonden.

Rechtspraak bij dit artikel