1. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 1:4.

2. Niet voor subsidie in aanmerking komen:

a. exploitatiekosten van een organisatie die niet kunnen worden toegerekend aan de activiteit;

b. kosten van huisvesting van de aanvrager;

c. kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd.