De bufferreserve is een bestemmingsreserve en dient primair ter dekking van onvoorzienbare risico’s (conjuncturele- en marktrisico’s).
Om de risico’s die samenhangen met zeer lang lopende projecten te beperken heeft de commissie BBV in de notitie grondexploitaties per 01-01-2016 de stellige uitspraak gedaan dat de looptijd van een grondexploitatie-complex maximaal 10 jaar mag bedragen.
Deze 10 jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn, die voortschrijdend moet worden bezien en waar alleen gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de gemeenteraad en verantwoord in de begroting en de jaarstukken. De motivatie moet tevens zijn voorzien van risico-beperkende beheersmaatregelen die de gemeente heeft genomen om de onzekerheden en risico’s die gepaard gaan met de langere looptijd te mitigeren.
Jaarlijks wordt bij de opmaak van de jaarrekening de wenselijke hoogte van de bufferreserve gronden opnieuw bepaald.
De hoogte van de bufferreserve is bepaald op 50% van de boekwaarde van de meest risicovolle plannen. Dit zijn plannen van de nog niet in exploitatie genomen gronden (Materiele Vaste Activa) waarvoor nog geen voorziening is getroffen. En 10 % van de boekwaarde van de Bouwgronden In Exploitatie.
De bufferreserve gronden maakt onderdeel uit van het weerstandsvermogen.
Hoofdstuk 9
Artikel 9.8
Bufferreserve
Onderdeel van Nota grondbeleid 2021-2024 “Grondbeleid in Transitie”