Het onderzoek naar de behoefte aan Jeugdhulp wordt in overleg met de jeugdige of zijn ouders gedaan. Ook de cliëntondersteuner mag bij het gesprek zijn net als personen uit de eigen omgeving. Tijdens dit gesprek worden de ondersteuningsbehoefte en de mogelijke oplossingen in kaart gebracht.
3.4.1Spoedeisende situatie
Als de inzet van Jeugdhulp niet kan wachten tot het onderzoek is afgerond, kan spoedzorg worden ingezet door de jeugdconsulent. Dit betekent dat Jeugdhulp meteen wordt ingezet zonder vooraf uitgebreid onderzoek te doen.
3.4.2Stappenplan
Na de melding van de hulpvraag doorloopt de jeugdconsulent de volgende stappen:
Eerst wordt vastgesteld wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouders is.
Dan stelt de jeugdconsulent vast of er problemen zijn met opgroeien en opvoeding, psychische problemen en/of stoornissen. En zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn.
Daarna kan worden bepaald welke hulp nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam te zijn en deel te nemen aan de maatschappij.
Is de noodzakelijke hulp in kaart gebracht, dan wordt gekeken of en in hoeverre de eigen mogelijkheden van de ouders en de eigen omgeving toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te bieden (zie verder hoofdstuk 4 van de beleidsregels).
3.4.3Advies Jeugdhulpdeskundige
De jeugdconsulent kan advies vragen aan een (Jeugdhulp)deskundige bij de beoordeling van de aanvraag of het opstellen van het ondersteuningsplan. Het is zelfs verplicht om advies te vragen aan een (jeugdhulp)deskundige als dat de enige mogelijkheid is om een zorgvuldig onderzoek naar de aanvraag te doen. Het moet wel voor de jeugdige of zijn ouders en de adviseur vooraf duidelijk zijn welk aanvullend onderzoek nog nodig is.
3.4.4Geen Jeugdhulp, normale oudertaak
Zorg, hulp of ondersteuning van ouders aan hun kinderen is niet in alle gevallen aan te merken als Jeugdhulp. Een deel van hun zorg valt onder de normale oudertaken. Dit zijn dingen die iedere ouder in principe doet met een kind/kinderen.
3.4.5Mogelijkheden van personen uit eigen omgeving (het sociaal netwerk)
Personen uit de eigen omgeving kunnen een bijdrage leveren aan de oplossing van de hulpvraag. Of dat zo is en in welke mate, wordt onderzocht. Van ouders wordt in principe verwacht dat zij onderzoeken of er mogelijkheden zijn bij personen uit de eigen omgeving en zo ja welke. Ook in de situatie dat ouders gescheiden zijn, wordt onderzoek gedaan naar de vraag of de ouder (bij wie de jeugdige niet woont) de hulp, zorg en ondersteuning kan bieden. Is er sprake van co-ouderschap, dan wordt van hen verwacht dat zij samen de hulp, zorg of ondersteuning bieden.
3.4.6De Jeugdbeschermingstafel (veiligheid)
De Jeugdbeschermingstafel (JBT) wordt ingezet als er zorgen zijn over het gezin (of de ontwikkeling van het kind/de kinderen), en deze zorgen zijn besproken, maar het is niet gelukt deze zorgen weg te nemen. De jeugdconsulent kan een aanmelding bij de JBT doen. Ook hulpverlening die betrokken is bij het gezin kan een aanmelding bij de JBT doen.
Toelichting op 3.4.6 (de Jeugdbeschermingstafel)
Aan de JBT wordt besproken of een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming noodzakelijk is. Dat gebeurt altijd samen met:
de ouders en eventueel het kind/de kinderen als ze ouder zijn dan 12 jaar,
de betrokken professionals en
de Raad voor de Kinderbescherming.
Wanneer kan dit aan de orde zijn?
Er is sprake van een ontwikkelingsbedreiging van het (ongeboren) kind;
Er is sprake van zeer zorgelijke gezins- en/of omgevingsfactoren. Deze vormen een bedreiging voor de ontwikkeling van het kind, nu of in de nabije toekomst;
Vrijwillige hulpverlening komt onvoldoende tot niet van de grond of is niet toereikend;
Er zijn geen andere mogelijkheden meer om de ontwikkelingsbedreiging op te heffen.
De jeugdbeschermingstafel zal op basis van dit gesprek een beslissing nemen. Er zijn drie mogelijkheden.
Er is vertrouwen dat het gezin meewerkt aan verbetering van de situatie door duidelijke afspraken te maken. De vrijwillige hulp wordt voortgezet.
Een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming wordt uitgesteld. Er wordt een (veiligheids-)plan gemaakt met afspraken waaraan het gezin en de hulpverlening zich moeten houden. Wanneer binnen een periode van (maximaal) zes maanden de afspraken onvoldoende resultaat hebben, zal er alsnog een onderzoek starten.
De Raad voor de Kinderbescherming start een onderzoek en bekijkt of er een kinderbeschermingsmaatregel nodig is. De kinderrechter doet hierover uitspraak.
3.4.8Co-ouderschap
Bij co-ouderschap kunnen beide ouders een aanvraag voor Jeugdhulp indienen. Wanneer de ene ouder een aanvraag doet, dan moet de andere ouder daarvoor toestemming geven. Als beide ouders een aanvraag doen dan worden beide aanvragen getoetst.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Onderzoek naar de melding
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Leidschendam-Voorburg 2021