Dit artikel gaat over de werkwijze van de jeugdconsulent bij het gesprek over de hulpvraag.
3.5.1Woonplaats
De jeugdconsulent bepaalt de woonplaats van de jeugdige aan de hand van het woonplaatsbeginsel. Het woonplaatsbeginsel staat in de wet en wordt gebruikt om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is voor de Jeugdhulp.
3.5.2Gegevens en vaststellen identiteit
Tijdens het gesprek leveren de jeugdige of zijn ouders alle overige gegevens aan die naar het oordeel van de gemeente nodig zijn voor het onderzoek en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders tonen in ieder geval een geldig identificatiedocument.
3.5.3Mogelijkheden voor ondersteuning
De jeugdconsulent wijst de jeugdige en zijn ouders op de mogelijkheid onafhankelijke cliëntondersteuning te krijgen en het gebruik kunnen maken van een vertrouwenspersoon.
3.5.4Inhoud van het gesprek
In het gesprek over de hulpvraag wordt gesproken over:
de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag;
het gewenste resultaat van het verzoek om Jeugdhulp;
het vermogen van de jeugdige en zijn ouders om zelf of met ondersteuning van personen uit de eigen omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden (zie hoofdstuk 4 en bijlage richtlijn leeftijd en gebruikelijke zorg bij de beleidsregels). De jeugdconsulent meldt de mogelijkheid tot het maken van een Familiegroepsplan en wijst daarin de weg, eventueel ondersteund door een onafhankelijke derde;
de mogelijkheden om gebruik te maken van een voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, die niet onder de Jeugdwet valt;
de mogelijkheden om Jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een andere voorziening;
de mogelijkheden om gebruik te maken van een overige (vrij toegankelijke) voorziening;
de mogelijkheden om een individuele voorziening aan te vragen;
de voorwaarden voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze.
3.5.5Voorbereiding op het gesprek
Om een volledig beeld te krijgen van de ontwikkeling van de jeugdige kan de jeugdconsulent ouders vragen
de voorgeschiedenis van de jeugdige in beeld te brengen. Hierin kan dan de hele (vroege) ontwikkeling en de hulpvraag worden beschreven. Ook kan gevraagd worden om een Familiegroepsplan op te stellen. Als de hulpvraag ook met school te maken heeft kan de jeugdconsulent, enkel met toestemming van de ouder, de leerkracht of mentor van de school verzoeken om het schoolvragenformulier alvast in te vullen. Dit ter voorbereiding op het gesprek naar aanleiding van de melding van de hulpvraag.
3.5.6Afzien van een gesprek
Alleen in overleg en met toestemming van de ouders én indien de gemeente akkoord is, kan worden afgezien van een gesprek als bedoeld in artikel 3.5 van de beleidsregels.
Toelichting op artikel 3.5
Volledig beeld, deskundige beoordeling
Voor een zorgvuldig onderzoek is het belangrijk dat alle feiten en omstandigheden van de hulpvraag worden onderzocht. Het onderzoek moet in overleg met de jeugdige en zijn ouders worden gedaan. Het kan zijn dat daar meerdere gesprekken voor nodig zijn. De jeugdconsulent neemt voor zijn of haar het onderzoek vrijwel altijd contact op met een professional (school, kinderopvang, consultatiebureau). Soms is er diagnostiek door een arts nodig om voor een psychiatrische behandeling in aanmerking te komen of voor een verblijf in 24-uursopvang. Dat zijn zwaarwegende beslissingen waar professioneel onderzoek en zorgvuldige afweging voor nodig zijn.
Aanwezigheid jeugdige
In het kader van het onderzoek geldt ook het uitgangspunt dat de jeugdige altijd wordt gezien. Als het nodig is voor het onderzoek wordt er ook met de jeugdige zelf gesproken.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.5
Het gesprek
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Leidschendam-Voorburg 2021