Naar hoofdinhoud

Artikel 4.2

Specifieke regels voor vaste kampvuurplaatsen

Onderdeel van Beleidsregels voor het stoken van vuur van de gemeente Nunspeet

Voor kampvuren op de vaste kampvuurplaatsen, zoals bepaald in artikel 2 lid 4, gelden specifieke regels naast de voorschriften in artikel 4 lid 1. Met het oog op een veilig en verantwoord verloop van de kampvuren dient te worden voldaan aan de volgende voorschriften: Een kampvuur mag slechts worden aangelegd/gestookt op een door de brandweer goedgekeurde kampvuurplaats; de afstand van de rand van de kampvuurplaats tot de volgende objecten bedraagt tenminste: 5 meter tot woningen of gebouwen en/of 10 meter in de windrichting van woningen en gebouwen; 15 meter tot rietgedekte daken; 20 meter tot een opstapeling van oogstproducten, een opslag van brandbare stoffen, heidegrond, bomen of andere houtopstanden; 1 meter tot gemeentegrond (perceel in eigendom van de gemeente); De afstand tussen het vuur en het eventuele publiek is ca. 4 meter; in afwijking van artikel 4 lid 1 onder b van deze beleidsregel mag een kampvuur op de kampvuurplaats worden ontstoken zonder gebruikmaking van een vuurton. Het kampvuur mag een maximale oppervlakte hebben van 1 m2 en een maximale hoogte van 0,75 meter; De bodem van de vuurplaats moet bestaan uit een vloeistofkerende ondergrond (zoals steltonplaten of beton) van voldoende dikte en sterkte om de vuurbelasting te weerstaan; Een kampvuur mag slechts worden gestookt tussen 17.00 en 24.00 uur; Tijdens het ontsteken van een kampvuur dient te allen tijde te worden voldaan aan de gebruiks- en veiligheidsvoorschriften in artikel 4 lid 1 van deze beleidsregel;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel