Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6.4.1

Verjaring- en beslistermijnen

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang Gemeente Bunnik, 2021

In de wet ( de Awb) zijn vervaltermijnen voor de boete opgenomen. De bevoegdheid om een boete op te leggen vervalt naar verloop van 5 jaar (bij boete hoger dan € 340,00) nadat de overtreding heeft plaatsgevonden en anders na 3 jaar nadat de overtreding heeft plaatsgevonden (artikel 5:45 Awb). In artikel 5: 51 Awb is bepaald dat het college de beslissing om een boete op te leggen binnen 13 weken na dagtekening van het (inspectie)rapport moet nemen. Dit is een zogeheten termijn van orde. Dat betekent dat overschrijding ervan niet leidt tot het vervallen van de bevoegdheid om de boete op te leggen. Wel kan het voor de bestuursrechter reden zijn om de boete te matigen. De gemeente wil daar als prikkel voor voortvarende en effectieve besluitvorming en in het belang van de rechtszekerheid voor de houder, op vooruit lopen door de volgende matigingsstaffel te hanteren: Verstreken termijn na Matigingspercentage boete Bij bekendmaking Inspectierapport bij beslissing binnen de termijn voornemen Binnen de termijn Tot 13 weken 0 0 13-26 weken 10 50 26-39 weken 20 100 (afzien van boete) 39-52 weken 30 100 (afzien van boete) Percentages worden niet opgeteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel