Er kan aanleiding bestaan om de hoogte van de boete te (verder) te matigen als de overtreder (de
houder) aannemelijk maakt dat de boete vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is. De
grondslag daarvoor is te vinden in de Awb (artikel 5:46, lid 3). Het is aan de houder om bijzondere
omstandigheden aan te voeren en deze te onderbouwen.
Onverminderd het bepaalde in 6.2.6 kan de financiële situatie van de houder een bijzondere
omstandigheid zijn die reden geeft om tot (verdere) matiging over te gaan. Bijvoorbeeld als uit de
overgelegde stukken blijkt dat de houder niet in staat is de boete te betalen of daarmee de
bedrijfsvoering en de voortgang in het bestaan in gevaar komt.
Hoofdstuk
Artikel 6.4.3
Bijzondere omstandigheden
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang Gemeente Bunnik, 2021