Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.5

Gemeentelijke beleidskaders

Onderdeel van Beleidsnota garantstellingen

Naast de wettelijke beleidskaders, acht de gemeente ook gemeentelijke beleidskaders van belang bij de beoordeling van een aanvraag voor garantstelling. Publiek belang voor gemeente Neder-Betuwe Er moet sprake zijn van een publiek belang voor de gemeente Neder-Betuwe: Garantstellingen mogen alleen worden verleend voor uitoefening van de publieke taak; En de uitoefening van activiteiten moeten een gemeentelijk belang dienen. Het is belangrijk dat voor de gevraagde garantstelling de publieke taak en het gemeentelijke belang kunnen worden aangetoond. Van publiek belang is bijvoorbeeld sprake als: De aanvrager al gebruik maakt van een gemeentelijke subsidie, dan is er een stevige indicatie dat het ook bij de garantstelling gaat om publiek belang. De aanvraag aansluit op door het college of de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe vastgestelde prioriteiten, vastgelegd in bijv. een specifiek besluit, collegeprogramma of beleidsplan. De investering waarvoor een aanvraag wordt ingediend, fysiek in de gemeente Neder-Betuwe wordt gerealiseerd. De aanvrager dient bij voorkeur als rechtsvorm een stichting of vereniging zonder winstoogmerk te hebben. Het ontbreken van een winstoogmerk kan een indicatie zijn voor publiek belang, maar deze indicatie alleen is niet voldoende om de publieke taak en het lokale belang van de gemeente Neder-Betuwe aan te tonen. Ratio weerstandsvermogen Iedere aanspraak op een gemeentelijke garantstelling is van invloed op het risicoprofiel van de gemeente en daarmee op ons ratio weerstandsvermogen. De bepaling van de gewenste ratio is een bestuurlijke keuze en vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing, vastgesteld door de raad in 2019. Een aanvraag moet inpasbaar zijn in het gemeentelijke financiële beleid. Bij elk verzoek betrekken we het risico van de aanvraag om garantstelling en het effect daarvan op de ratio weerstandsvermogen bij de afweging. Daarvoor wordt per aanvraag een risicoanalyse opgesteld. We kijken daarbij naar: Hoogte van de garantstelling Argumenten en kanttekeningen Te treffen beheersingsmaatregelen Effect op de ratio weerstandsvermogen Zwaarwegend belang Er kunnen goede redenen zijn om via garantstelling beleid te ondersteunen. Daarbij moet het belang voldoende zwaarwegend zijn. Er moet sprake zijn van een bepaalde noodzakelijkheid. Hiervan is sprake als er voor de aanvrager geen andere financieringsmogelijkheden bestaan en er buiten het verlenen van garantstelling geen andere mogelijkheden zijn om het betreffende initiatief te ondersteunen. Denk daarbij aan fondsenwerving, sponsoring, subsidies, bijdragen van andere overheden of particulieren, zelfwerkzaamheid. Ook de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) promoot in het bezit te zijn van duurzaamheidsfondsen waar een beroep opgedaan kan worden. Daarnaast moet de aanvrager schriftelijk kunnen aantonen dat door ten minste twee bancaire instellingen geen lening wordt verstrekt zonder gemeentegarantie. Daarmee wordt aangetoond dat er door de bancaire instellingen een gedegen onderzoek is uitgevoerd naar de aanvraag. De reden om goedkoper te kunnen lenen met een gemeentegarantie wordt dus niet gehonoreerd. Daarmee wordt voorkomen dat geldverstrekkers risico’s afwentelen op de overheid. Als zekerheid voor de gemeente moet het mogelijk zijn recht van hypotheek te kunnen vestigen. De geldgever moet daaraan kunnen voldoen. Als de lening volledig kan worden ondergebracht bij een waarborgfonds wordt geen gemeentegarantie afgegeven. Voorbeelden van waarborgfondsen zijn Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW,) en Stichting Waarborgfonds Sport (SWS). Gedegen (financiële) situatie instelling Er moet sprake zijn van een financiële situatie en vermogenspositie van de belanghebbende vereniging/instelling waarbij deze, ook in meerjarenperspectief, verantwoord kan functioneren en kan voldoen aan al diens (aan te gane) verplichtingen. Het is daarbij onvoldoende indien alleen naar de korte termijn wordt gekeken. Immers, de verplichtingen zijn langdurig van aard. Daarbij kijken we naar de balans, de exploitatie en de liquiditeitsbegroting. Daarbij moet ook worden gekeken naar de soliditeit van de instelling. Hoe groot is de organisatie. Is er sprake van een achterban, hoe lang bestaan ze al. Met andere woorden, kan de instelling staan voor de uitvoering van het maatschappelijk doel, wat de gemeente beoogt met de garantstelling. Vastgoedfinanciering Bij een garantstelling moet er altijd sprake zijn van maatschappelijk vastgoed. Hiermee wordt bedoeld onroerend goed met een publieke functie op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, maatschappelijke opvang en of zorg. Voorbeelden van maatschappelijk vastgoed zijn: scholen, culturele centra, theaters, sportaccommodaties, gezondheidscentra, buurthuizen e.d. De gemeente wil als zekerheid recht van hypotheek kunnen vestigen op het onroerend goed. Is het niet mogelijk een recht van hypotheek te vestigen dan is een garantstelling uitgesloten. Er wordt geen garantie verleend op financiering van inventaris van een accommodatie. De inventaris van een accommodatie heeft meestal nauwelijks waarde bij executie. Ook achterstallig onderhoud wordt niet gefinancierd met financiering van de gemeente. Ondergrens garantstelling Om een veelvoud van kleine aanvragen te voorkomen en de administratieve inspanning te beperken, wordt als ondergrens voor ieder aanvraag een bedrag van € 25.000 aan investering in maatschappelijk vastgoed gehanteerd. Bovengrens garantstelling Het bedrag voor een garantstelling door de gemeente wordt gemaximeerd op € 250.000 per organisatie met inbegrip van reeds lopende garantstellingen. Veelal hoeft de vereniging in de gemeente geen grond te kopen, deze is in het bezit van de gemeente. Met dit maximumbedrag moet het mogelijk zijn om een doelmatige accommodatie te kunnen realiseren. Indien er sprake is van een aanvraag boven dit maximumbedrag en het college is voornemens een garantstelling af te willen geven, wordt in ieder geval de raad om zijn wensen en bedenkingen gevraagd. Er zal dan toch sprake zijn van een wat complexer verzoek met meer ingrijpende gevolgen, waarbij sprake kan zijn van een hoger risicoprofiel. Voor eventuele aanvragen boven het maximumbedrag en het college staat positief tegenover de aanvraag zal de toetsing van deze aanvraag door een extern bureau worden uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel