Deze bovenstaande wettelijke kaders laten zich samenvatten in de drie volgende beleidskaders:
Publieke taak staat bij garantstelling voorop
Een rentevoordeel via garantie ten opzichte van een financiële instelling is inmiddels op grond van Wet Fido onvoldoende reden voor verstrekking van garantie of een lening door de gemeente. De publieke taak die ermee gediend wordt, staat voorop en moet voldoende zwaarwegend zijn.
Toetsen aan eigen financiële mogelijkheden en positie is van belang
De gemeente moet haar besluit kunnen motiveren en moet daarbij ook naar haar eigen financiële mogelijkheden en risico’s kijken. Dat betekent dat zij op grond van haar eigen financiële positie in combinatie met de ratio weerstandsvermogen, een aanvraag kan afwijzen, ondanks dat deze voor het overige aan alle daaraan te stellen toets criteria zou voldoen. Er zijn dus bij deze aanvragen relatieve weigeringsgronden denkbaar.
Marktverstorende werking vermijden
Hoewel een non-profit partij (bijv. amateursportvereniging of culturele instelling) een maatschappelijke doelstelling met de garantstelling zou vervullen, is het niet gezegd dat een private partij dat belang niet eveneens in zou kunnen dienen. In die context moet rekening gehouden worden met het voorkomen van concurrentievervalsing. De gemeente verleent geen garantstelling aan ondernemingen, maar anderzijds moet bewaakt worden dat non-profit partijen geen markt gerelateerde activiteiten ontplooien met gemeentelijke hulp.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4
Algemeen wettelijke beleidskaders
Onderdeel van Beleidsnota garantstellingen