**1..** Aan de kinderopvangorganisaties als bedoeld in artikel 1 onder a legt het college de volgende voorwaarden en verplichtingen op:
- - de aanbieder houdt een administratie bij van de doelgroepen waaruit het aantal benutte kindplaatsen per kalenderjaar blijkt met daarbij een specificatie van:
- - de periode en het aantal dagdelen waarin de (doelgroep)peuter deelneemt aan de peuteropvang/peuterspeelzaalwerk;
- - de hoogte van de eigen bijdragen van ouders voor zover dit relevant is voor de subsidieverlening;
- - of een peuter doelgroeppeuter is op basis van de afgegeven indicatiestelling.
- - voorafgaand aan ieder kwartaal geeft iedere aanvrager een prognose van de verwachte bezetting van Kindplaatsen, verdeeld over de categorieën a, b en c uit lid 1 van artikel 7.
- - uiterlijk 2 weken na het aflopen van een kwartaal levert iedere aanvrager een overzicht van de gerealiseerde bezetting van Kindplaatsen, verdeeld over de categorieën a, b en c uit lid 1 van artikel 7;
- - een aanvrager wisselt gegevens uit met de GGD over de vraag hoeveel en welke kinderen met een VVE indicatie ook daadwerkelijk worden bereikt.
- - de aanbieder van voorschoolse educatie werkt (pro)actief mee bij:
- - het overleg en de samenwerking met de GGD-JGZ teneinde ouders van doelgroeppeuters toe te leiden naar deelname aan voorschoolse educatie;
- - het (mee)realiseren van de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn;
- - het ontwikkelen, versterken en vergroten van ouderbetrokkenheid;
- - het realiseren van een (warme) overdracht naar het basisonderwijs of een andere passende instelling;
- - het werken met een kind- en/of ontwikkelvolgsysteem;
- - het werken met een erkend vve-programma voor doelgroeppeuters;
- - het vastleggen en de borging van afspraken die gezamenlijk met andere betrokken partners worden gemaakt – mede in het kader van het voorkomen en het aanpakken van onderwijsachterstanden en andere relevante thema’s in het kader van de Lokale Educatieve Agenda;
- - het aansluiten bij door de gemeente georganiseerde Vve-overleg;
- - het ontplooien van activiteiten die zijn gericht op het verkrijgen van (meer) zicht op het (non)-bereik van doelgroeppeuters;
- - het samenwerken, afstemmen en overleggen met andere betrokken partners zoals het basisonderwijs, het consultatiebureau, basis- en sociaal team, etc.;
- - de deelname aan deskundigheidsbevordering, scholing, toetsing alsmede het ontplooien van activiteiten teneinde te voldoen aan regelgeving;
- - het gericht ouderbeleid; het informeren van ouders en ouderbetrokkenheid;
- - het gebruik maken van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de verwijsindex (VIR);
- - overige activiteiten die in het belang zijn voor het realiseren van de kwaliteit(seisen) van de uitvoering van de (doelgroep)peuteropvang.
**2..** De in dit artikel genoemde voorwaarden en verplichtingen worden in de beschikking tot subsidieverlening dan wel in een overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening vastgelegd.