Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

In redelijkheid te verwachten inzet van ouders

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulpvervoer gemeente Terneuzen 2021

De verantwoordelijkheid voor het vervoer (al dan niet onder begeleiding) naar en van de jeugdhulplocatie is primair de verantwoordelijkheid van de ouders. Zelfredzaamheid en eigen kracht zijn belangrijke grondbeginselen: wie zelfstandig kan reizen, reist zelfstandig, met de fiets of openbaar vervoer; eventueel met (tijdelijke) begeleiding of training. Voor het bieden van begeleiding zijn ouders in beginsel zelf verantwoordelijk. Ouders kunnen zelf kiezen wie ze inzetten om hun kind te begeleiden. Lid 3 geldt ook als beide ouders werken. Als de jongere in een instelling woont, blijven ouders/verzorger(s) of de instelling verantwoordelijk voor de zorg. En zij blijven dus ook verantwoordelijk voor de daarmee samenhangende begeleiding van de jongere naar en van de jeugdhulplocatie. Als zij er zelf niet in slagen de begeleiding te leveren, kunnen zij daarvoor bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of vrijwilligers inschakelen. Bij de beoordeling van de mogelijkheden van de ouders om het vervoer zelf uit te (laten) voeren of de jongere te begeleiden in het openbaar vervoer hanteren we de volgende richtlijnen (de aanvrager voldoet óf aan a óf aan b óf aan c): Er is sprake van een eenoudergezin, en andere kinderen jonger dan negen jaar zijn thuis. Deze kinderen hebben aantoonbaar thuis begeleiding nodig. En dit is aantoonbaar niet verenigbaar met de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen van de jongere die in aanmerking komt voor jeugdhulpvervoer; en/of een ander kind door een medische aandoening extra zorg van de ouder nodig heeft. Het college kan aan de ouder vragen hiervoor een medische verklaring van de behandelend arts te leveren; en/of de ouder heeft een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking , waardoor begeleiding tijdens het vervoersmoment onmogelijk is; en/of de ouder kan aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vormgeven gedurende het vervoersmoment vanwege een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet; of Er is sprake van een gezamenlijke huishouding en beide ouders kunnen aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vormgeven gedurende het vervoersmoment, omdat bij hen beiden sprake is van: een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking; en/of een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet; of Ouders beschikken aantoonbaar niet over inzetbaar eigen vervoer én het reizen per openbaar vervoer kost de begeleider meer dan de acceptabel te achten begeleidingstijd van drie uur per dag.

Rechtspraak bij dit artikel