1.. De leden van de commissie hebben volstrekte geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie ter kennis is gekomen.

2.. De geheimhoudingsplicht van de commissie geldt ook ten opzichte van raadsleden die geen lid van de commissie zijn of lid van de commissie zijn geweest.

3.. Deze geheimhouding geldt zowel tijdens het bestaan van de commissie als na ontbinding van de commissie.

4.. De leden een tot en met vier van dit artikel zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op degene die op grond van artikel 6 de commissie ambtelijke bijstand verleent.